VRAGENBUS
Jac. de J. te Br. vraagt of ik het vragenboekje van „Donner" stel boven dat van „Hellenbroek".
Antwoord: U kunt wel begrijpen, dat mijn antwoord niet twijfelachtig zal wezen.
Hoewel het mij niet lust eenig kwaad van het eerste vragenboekje te zeggen, wil ik u wel mededeelen, dat Hellenbroek tot op heden voor mij het mooiste, duidelijkste en degelijkste boekje is, dat ik ken. Veel vragenboekjes komen op de markt van het Kerkelijk erf, ze heeten zelfs Gereformeerd, maar ze kunnen tegen de „Goddelijke waarheden" van Hellenbroek niet op.
Wat uw andere vraag betreft over kinderbijslag, verwijs ik u naar mijn antwoord in No. 13 van „Daniël", waar ik reeds de opmerking maakte, dat zoo'n vraag ligt op politiek gebied en zich niet direct leent voor ons blad.
W.V. te L. vraagt iets mee te deelen over de Chr. feestdagen.
Antwoord: In den eersten tijd na de Reformatie was er een groote tegenzin tegen het onderhouden van feestdagen. Dat was geen wonder, omdat de kerk, uitgeleid uit het diensthuis van Rome alle Roomsche zuurdeesem wilde weren. De groote hervormers trachtten ze af te schaffen, omdat ze een menschelijke instelling waren, zoo bijvoorbeeld Calvijn, Farel, Knox.
In ons land bepaalde de Synode van Dordrecht 1574: „Aangaende de feestdaghen neffens den Sondach, is besloten datmen met den Sondach alleen te vreden zijn sal."
Omdat de overheden de feestdagen handhaafden, kon de kerk dit standpunt niet vasthouden en werd den Dienaren des Woords bevolen, „den onnutten ende schadelicken ledichganck te veranderen."
De Dordtsche Kerkenordening zegt, dat door de gemeente zullen onderhouden worden de volgende feestdagen, n.1. Kerstdag, Paschen, Hemelvaartsdag en Pinksteren. De onderhouding der tweede feestdagen wordt in vrijheid gelaten aan de kerken.
Dezelfde vrager zit met de moeilijkheid, waarom op den 25en December Kerstfeest wordt gevierd, daar het niet bekend is op welken datum de Heere Jezus is geboren. Antwoord: Het Kerstfeest werd pas ingesteld in de vierde eeuw. Het staat niet vast, waarom de 25e December als herdenkingsdag is gekozen. (De Bijbel vermeldt ons daar niets van).
Volgens sommigen houdt de keuze van dien datum verband met de opvatting van enkele kerkvaders, dat de Heere Jezus werkelijk 25 December geboren is (op 25 Maart de schepping der wereld en op dienzelfden datum de ontvangenis van Christus in het vleesch).
Anderen brengen den datum in verband met de heidensche Saturnalia. Voor de Romeinen was 25 December de dag van de overwonnen zon; van dien dag af begon de zon weer in kracht toe te nemen.
Daartegenover stelden de Christenen: de geboren Christus gaat op als de Zonne der Gerechtigheid. Bij de Roomschen is „de mis" op 25 December het middelpunt, vandaar de naam Kerst-mis.
V. te E. vraagt wat we moeten verstaan onder dogmatiek, ethiek en homiletiek.
Antwoord: In de encyclopaedie kunt u lezen, dat dogmatiek is die theologische wetenschap, die de kennis Gods in de H. Schrift geopenbaard en in de dogmata samengevat in een wetenschappelijk systeem brengt.
De dogmaticus moet uitgaan van de kerkelijke positie, die hij inneemt; en aantoonen, dat elk dogma in de H. Schrift is gegrond, het uiteenzetten en de dogmata in een systeem samenvatten.
Vroeger noemde men dit vak „theologie", omdat het de kennis van God en Zijn werken, dus eigenlijk alles omvatte. In de 18e eeuw werd de naam dogmatiek algemeen. De stof is verschillend ingedeeld. Augustinus deelde in naar geloof, hoop en liefde. Melanchton en Calvijn naar de Drieëenheid.
Ethiek beteekend zedeleer of wel moraal. Het is dat onderdeel der wetenschap, dat het zedelijk leven tot voorwerp heeft en systematisch behandelt.
Voor den Christen moet de ethiek gegrond zijn op Gods Woord, m.a.w. de ethiek geeft aan hoe wij hebben te handelen naar de uitspraken der H. Schrift. Zij kan dus worden omschreven als dat deel van de theologie, waarin gehandeld wordt over de zelfbepaling van den Christen in de verhouding tot zijn mede-menschen, gelijk die behoort te zijn naar Gods geopenbaarden wil.
Men heeft gepoogd de ethiek zelfstandig en onafhankelijk te maken. Volgens onze opvatting moet zij haar beginselen ontleenen aan Gods Woord. Een z.g. onafhankelijke ethiek is onbestaanbaar en heeft geen levensvatbaarheid.
Homiletiek komt van een Grieksch woord „homilia", wat gesprek beteekent. Homiletiek is de theologische wetenschap, wier voorwerp de bediening des Woords is. (Predikkunde).
Onder de ambtelijke vakken neemt zij de eerste en voornaamste plaats in. Wezen, aard, doel van de bediening des Woords, van wie zij uitgaat, tot wie zij zich richt, hoe zij moet worden ingericht enz. wordt in de homiletiek behandeld.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 maart 1947
Daniel | 8 Pagina's