Voor onze militairen
„PRACTISCHE WENKEN".
Jongens!
Jullie moeten het dezen keer maar eens met een klein artikeltje doen. Dat komt omdat de tijd en de gelegenheid mij op 't oogenblik ontbreekt om een langer artikel te schrijven. De volgende keer D.V. beter. Ik wil eerst een van mijn vele vrienden uit Indië antwoorden, n.1. Legerno. 144224 op een vraag, die hij mij in een van zijn brieven heeft gesteld naar aanleiding van een krantje dat hij mij heeft toegezonden. Ik heb dat krantje gelezen, mijn vriend en ik kan niet anders zeggen dan dat het mij vreeselijk is tegengevallen. Het is een blad uitgegeven door de Protestantsche kerk in Indië, dus een kerkelijk blad. Het hoofdartikel handelt over „De opbouw" en de zegeningen van den oorlog. Daar zit niet veel geestelijke spijze in, mijn vriend. Het is een en al oppervlakkigheid. Dat verwacht men niet in een kerkelijk blad. Zoo'n blad moet weergeven wat in de gemeenten leeft. Daar moet ik in kunnen vinden den weg der zaligheid. Daar moet Christus in worden verkondigd enz., enz. Van alles is daarvan niets te vinden. Het is een beetje gemoedelijkheid en humanisme. Dat een oorlog zegeningen kán afwerpen geloof ik wel, maar of de laatste oorlog dit heeft gedaan zou ik zoo voetstoots maar niet durven beweren. Ik zou je willen vragen: „Is er een bukken van ons volk onder de slaande hand des Heeren te bespeuren? Wordt de Zondag werkelijk als Zondag gebruikt? Hoe denkt ons volk over huwelijkstrouw? Is ons volk waarheidslievend? Zijn de bioscopen leeg? Ja waar zal ik beginnen en waar zal ik eindigen. Ik geloof dat ons volk thans verder van God af is dan ooit te voren. Zeker, daar zullen nog wel zuchters en bidders zijn in Holland, maar de massa is afgeweken. De Heere heeft het oordeel omgewend, maar is het oordeel afgewend? Vindt men werkelijke rust bij de menschen? Of zit een ieder nog met een vreeze, waarover hij zich goddeloos heen denkt te werken. Neen mijn vriend, ik kan het met dat artikel niet eens zijn. Intusschen dank ik je hartelijk voor de toezending van die krant en ook voor je nuttige, practische wenken, die je in je brief geeft. Ik heb gemeend, deze volledig te moeten opnemen en ik raad alle nog vertrekkende jongens naar Indië deze wenken in acht te nemen. Hier volgen ze:
Het kan zijn nut hebben om hen die nu bij de 2de divisie in opleiding zijn eens iets te vertellen over de voorbereidingen en de reis naar de tropen.
Misschien zullen er zijn, die bij het lezen zeggen: „Dat heb ik anders meegemaakt." Best mogelijk, de eene reis en aankomst verschilt wel met de andere.
Tijdens het laatste verlof, z.g. inschepingsverlof, worden er van allerlei voorbereidingen getroffen en klinkt tientallen malen de vraag of er toch niets vergeten is en bij aankomst of onderweg reeds merken wij toch enkele noodige artikelen vergeten te hebben, soms omdat wij het niet wisten hoe belangrijk zij wel waren.
Daarom zal ik trachten enkele noodzakelijke artikelen hier te vermelden.
Tijdens de bootreis zijn een paar sandalen of leeren pantoffels van veel belang, ook zeer bruikbaar op de plaats van bestemming. Het mogen ook wel van die houten sandalen zijn met een enkel riempje, deze zijn erg praktisch voor douche-cel en mandi-kamer. Aan boord wordt geslapen in een hangmat of zeiItje, gespannen tusschen ijzeren stangen, drie tot vier boven elkaar en acht tot tien rijen naast elkaar. Tusschen deze rijen is een pad van plm. 1 meter.
Nu kun je dus wel begrijpen, dat er bij het opstaan voor ieder niet veel ruimte is en het zaak is vlug klaar te zijn. Sandalen of pantoffels vormen dan een uitkomst.
Dan zijn er enkele dingen, die je beter uit Nederland rnee kunt nemen dan hier koopen.
Schrijfpapier, enveloppen en inkt zijn wel te koop, maar erg duur. Een blocnote van 50 vel kost op de passar ƒ 2.— en één envelop zes cent.
Al schrijf je nu niet veel; er gaat toch gemiddeld één brief per dag, reken dan zelf maar uit hoe gauw je door een blocnote heen bent.
Dan scheermesjes, scheerzeep en tandpasta. Deze worden wel door de Cadi ook verstrekt, maar ook het beste paard struikelt wel eens. Een kleine reserve komt altijd van pas in zoo'n geval.
Schoensmeer en een paar reserve veters. In Sabang, juist ten noorden van Sumatra gelegen, koopt men voor 50 cent een groote tros bananen maar vraag je om een doos schoensmeer dan is het antwoord: „Empat roepiah toewan" oftewel „vier gulden" mijnheer.
Dan de kleeding. Wat van rijkswege verstrekt wordt is voldoende, wil je echter wat meer meenemen dan geldt dat kleeding die 's zomers in Nederland gedragen wordt, en ook hier gebruikt kan worden. Vooral dunne wollen sokken.
Voor hen die nog wel eens graag snoepen, en welke soldaat houdt er niet van, verdient het aanbeveling dit in blik mee te nemen en dan jongens, de eerste week op de boot zuinig aan. Tot aan Port-Said biedt de reis veel afwisseling, maar dan, Roode Zee, Indische Oceaan, dagen lang water zonder een stukje land en als er dan nog iets in je plunjezak zit is dat heel veel waard.
Port-Said, vrienden, waar de handelaars langszij komen met hun bootjes met alle mogelijke artikelen vooral lederwaren.
Heel mooi om te zien, meestal van hopeloos slechte kwaliteit. In Indië koop je hetzelfde, alleen veel beter. Wees dus gewaarschuwd en koop die dingen niet. Jammer van het vele Hollandsche geld dat hier van boord gaat.
Port-Said, ouders, vrouwen en verloofden is ook de plaats waar de post aan boord komt en van boord gaat. Door drie of vier dagen na vertrek van de boot te schrijven, zorgt ge dat er post is voor hen die weggingen en voorkomt ge groote teleurstelling.
Als ge slechts eenmaal het droeve gezicht kondet zien van hen, die geen enkelen brief ontvangen in deze haven, schreef ge niet één maar meer brieven voor hen.
Verder zul je bij aankomst bemerken van hoe groot belang het is, dat er groepsgewijs een hamer, tang, wat spijkers en touw meegenomen wordt. Hoe zul je de klamboe ophangen zonder deze artikelen?
En hier vorm je een groot gezin met elkaar waar deze dingen absoluut noodig zijn.
Ouders en verdere vrienden, een mooi geschenk vormt een goed boek. Een bijbel, een psalmboekje en goede lectuur zijn noodzakelijk èn op de boot èn straks op eenzame posten in de kampong. Zorg dat je ze meebrengt, jongens!
Tenslotte geef je adres tijdig op aan „Daniël" en als het kan ook aan ons die op jullie wachten.
Want wachten doen wij en wees er verzekerd van, dat wij jullie met open armen ontvangen zullen als wij met de aankomst bekend zijn.
Bedenk tenslotte, hoe moeilijk het afscheid ook moge zijn, dat het de overheid, Gods dienaresse, is die je roept naar dit verre en mooie land. Betoon uzelve een goed onderdaan, óók hierin een voorbeeld zijnde gelijk Hij het in Zijn Woord van ons vraagt.
Jongens van de 2de divisie, kom spoedig en help ons opdat ook in Indië, onder den zegen des Heeren, weer rust, vrede en welvaart mogen gaan heerschen.
Soerabaja, Januari 1946. 144224.
Neem den goeden raad van onzen vriend in Soerabaja ter harte.
Gegroet jongens.
„KRIJGSMAN".
Dringend verzoek!
Wie van onze Lezers of Lezeressen kan ons helpen aan een adres van een gezin te UEDEN (N.-Br.) of VOLKEL of dicht in die omgeving. Een van onze jongens in militaire dienst, die onze opvattingen eerbiedigt en niet op Zondag wil reizen, zit veelal om die reden op de Zondagen, waarop hij niet met het gebruikelijk verlof thuis kan zijn, geheel alleen in het kamp daar, temidden van een volslagen ROOMSCHE omgeving. Hij zou door de gevraagde hulp dan die Zondagen kunnen doorbrengen in zulk een gezin. Doe s.v.p. Uw best. Brieven aan „KRIJGSMAN" p.a. Heereweg 294, Lisse.
KRIJGSMAN.
Verantwoording van giften voor onze Militairen in Indië enz.
Mannenver. der Geref. Gem. te Gorkum f 15,—; M. N. te 's G. f 10,—; M. N. te N. f 7,50; A. O. te R. f 7,50; C. v. K. te W. f 12,50; L. D. te Z. f 15,—; P. G. T. te G. f 10,—; N. N. te Z. f 2,50; J. A. V. te VI. f 10,—; J. A. de E te St. A. f 10,—; Jongel. Ver. te Moerkapelle f 133,—; fam. L. en J. B. te N. f 12,50; Mevr. Wed. v. W. te A. f 10,—; Collecte Geref. Gem. te 's Gravenzande f 35,—; J V. der Geref. Gem. te 's Gravenzande f 10,—; J. N. Post T. f 5,—; fam. van S. te D. f 4,—; W. F. te A. f 10,—; J. de B. te L. f 10,—; Kl. Z. te M. f 2,50; C. L. te R. f 10,—; A. N. te R. f 5,—; Meisjesvereen. te Giessendam f 30,—; J.V. te Rotterdam (C) f 40,—; T.X. te G. f 1, 10; J.V. „Nehemia" Dordrecht f 5,—; Mevr. N. te 's-Gr. f 1, 10; Jac. V. te 's-Gr. f 10,—.
Van een Daniël-lezer ontving de Redactie onderstaand gedicht, dat we, waardeerende de goede bedoeling ervan, een plaats willen geven in ons blad.
ONZE JONGEN
1. Zwervend gaat één onzer panden Door een vreemde wildernis, Vol verleiding, vol gevaren! Weet ge Dat dat kind — Uw jongen is?
2. Weet ge wat het zegt, te zwerven Ver van huis en Vaderland, Zonder steun en zonder leiding Eenzaam, los van elke band?
3. Heel alleen staat hij in 't leven, Geen Moederzorg vol teederheid, Geen Vaderhand, welks trouwe liefde Zijn voet in rechte banen leidt!
4. Draag toch biddend steeds Uw jongen Op, aan Gods genadetroon. Wie weet, Hij mocht zich Vader tonen, Eeuwig gelukkig — dan — Uw zoon.
5. Echter, laten wij ook trachten Te vergoeden zijn gemis. Kunnen wij geen leeraars zenden, Boeken zenden kan gewis!!
6. Vriend en kennis! Schrijft Uw jongen Nu en dan een vriend'lijk woord. Laat hierdoor Uw jongen merken, Dat hij nog bij ONS behoort!
We ontvingen tal van pakketten met boeken. Bijzondere vermelding verdient het toezenden van 2 kisten met boeken door M. W. te Kr., die bij vrienden en kennissen voor het mooie doel zulk een groot aantal boeken heeft opgehaald. Maar ook alle andere gevers en geefsters van boeken en gelden onzen hartelijken dank.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 februari 1947
Daniel | 8 Pagina's