De keus van Mozes
Salomo zegt in Spreuken 3: 1: „Mijn zoon, vergeet Mijn wet niet, maar uw hart beware Mijn geboden".
De vreeze des Heeren geeft zalige vruchten ten eeuwigen leven. De godzaligheid is dan ook een groot gewin met vergenoeging.
Het zaligmakend geloof is de wortel van deze vreeze des Heeren, van de vernieuwing des harten is zij een vrucht.
„Des Heeren vrees is rein, zij opent een fontein van heil, dat nooit vergaat. Zijn dierb're leer verspreidt een straal van billijkheid, daar z' all' onwaarheid haat. Z' is 't menschdom meerder waard, dan 't fijnste goud op aard".
Zie dat in Mozes. (Hebr. 11: 23—27).
Zooals hij door God zelf in Zijn Woord ons wordt voorgesteld, willen we hem als voorbeeld bezien.
Het verplaatst ons in Egypte. Israël is in verdrukking. In dien tijd wordt Mozes geboren. Direct gaat alles al zoo wonderlijk. Hij wordt drie maanden verborgen, dan in een biezen kistje gelegd en zeer zeker biddend in den Nijl geworpen. Dat verloop van de geschiedenis kent ge allen. Farao's dochter ontfermt zich over hem, hij komt weer bij zijn ouders, waar hij eerst wordt opgevoed, doch dan komt hij aan het machtigste wereldhof van het toenmalige grootste wereldrijk. Maar Mozes heeft alles, wat hem rijkdom en eer kon brengen als niets geacht, want hij achtte de versmaadheid van Christus meerderen rijkdom te zijn.
Dit alles echter was een daad des geloofs. Dat ware, oprechte geloof komt uit in de vreeze Gods. En dat geloof was hem van God geschonken. Door dat geloof heeft hij ook geweigerd een zoon van de dochter van Farao te worden genoemd. Ongetwijfeld is het voor Mozes een verzoeking geweest. Eer en aanzien, kroon en troon wachtten hem. Maar hij ontvangt genade om het grooter eer en aanzien te achten God en Zijn dienst te kiezen. En dat was een onberouwelijke keuze des harten. Hij werd liever kwalijk gehandeld, deelde liever het lot van het verdrukte volk van God aan den ticheloven, dan de wereld en de zonde te genieten of de genoegens van Farao's hof te smaken.
Hoe gelukkig is deze Mozes. Want al de vermaken der wereld verdwijnen en de wereld gaat met al haar dienaars ten onder. Maar die den wil van God doet, die blijft in der eeuwigheid.
Jonge menschen! Kiest toch tusschen God en de wereld. Zeker, deze keus is geen vrucht van eigen akker, maar niettemin noodzakelijk. Het is een gevolg van een door God geschonken geloof. Bij Mozes was het niet een geloof zonder Christus. Ook niet bij al Gods Volk, want dan is het een waardeloos geloof.
Ziet maar, wat Zondag 7 ons daarvan leert. Ziet dan tot en met Zondag 23 wat dit geloof in heeft. En in Zondag 25, Wie het werkt en hoe het versterkt wordt.
Mozes mocht, door den geest des geloofs, Christus kiezen met de daaraan verbonden versmaadheid en verdrukking want hij zag op de vergelding des loons.
Mozes was geen „loondienaar" maar hij zag op de schenking van het genadeloon om Christus' wil en niet uit eigen verdienste.
Trouwens, het geloof heeft tot een eigenschap juist eigen werken uit te sluiten en Christus en Zijn verdienste in te sluiten.
De natuur van het zaligmakend geloof is van alles af te zien en op Christus alleen te zien. En dat geloof werpt in en door Christus eeuwige vruchten af.
De Catechismus zegt in vraag 64, dat het onmogelijk is, dat, zoo wie Christus door een oprecht geloof ingeplant is, niet zou voortbrengen vruchten der dankbaarheid.
Ziet dan, jonge menschen, Mozes als een zalig voorbeeld voorgesteld. Dus mag er vrijmoedig gezegd worden, dat de vreeze Gods door het geloof zalige vruchten afwerpt. In het kort: de vreeze Gods werpt af: Langheid van dagen en jaren van leven en vrede, goedertierenheid en trouw, gunst en goed verstand in de oogen Gods en der menschen, vertrouwen op den Heere, den Heere te vreezen en van het kwade te wijken, het bewaart voor vele zonde, het maakt los van de wereld en verbindt aan God en Zijn dienst. Zoo zouden we voort kunnen gaan.
Welgelukzalig zijn zij, die met Mozes den Heere vreezen. Dan willen wij niet ruilen voor de gansche wereld.
Kiest dan heden, wien gij dienen zult. We leven in dagen van groote verleiding. Nadrukkelijk wijzen we dan nog eenmaal op het woord, waarmede we begonnen: „Mijn zoon, vergeet Mijn wet niet, maar Uw hart beware Mijne geboden.
Mozes werd ons ten voorbeeld gesteld. De Heere mocht het zegenen om Zijns Zelfs wil.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 januari 1947
Daniel | 8 Pagina's