VRAGENBUS
J. S. te L. vraagt of schoolstaking wettig is en dan licht hij deze vraag toe, hetwelk in 't kort hierop neerkomt:
Hij is leerling op een Chr. Lyceum te H. De Rector wilde niet onder het Bestuur staan, omdat z.i. in 1944 door dat Bestuur een foutieve houding tegenover den bezetter was ingenomen, door lijsten te geven van jongens van 17 jaar en ouder, wat door den rector was geweigerd en waarom hij de gevangenis in moest.
Toen de nieuwe cursus begon wilde de rector niet terugkeeren, tenzij het zittend schoolbestuur gezuiverd werd. Het bestuur week niet.
Ten einde raad werd naar het laatste middel gegrepen. De staking werd afgekondigd.
Resultaat: Binnen 2 dagen was er een oplossing gevonden. Bestuur trad af. Nieuw schoolbestuur kwam en... de rector verscheen weer.
Antwoord: Als U mijn antwoord nog eens leest in No. 7 van „Daniël", dan zult U wel bemerken, dat het woord „staken" hier niet heelemaal op zijn plaats is. Er is toch geen verbreking van een contract om de eenvoudige reden, dat leerlingen van een school, ook van een middelbare school, worden toegelaten en ingeschreven.
U en Uw schoolkameraden hebben toch niet willen verbreken de verhoudingen bij Goddelijke wetgeving geregeld? U is alleen thuis gebleven en dat deden de anderen ook en alles in overleg en met toestemming van de ouders.
Als ik de zaak goed begrijp, had alles voorkomen kunnen worden.
Het schoolbestuur heeft zich indertijd toch niet opgeworpen als bestuur, maar is door een of andere instantie, vermoedelijk een vereeniging van middelbaar onderwijs, gekozen.
Welnu, dan zit de fout bij de vereeniging. Ze had onmiddellijk moeten staan aan de zijde van den sympathieken rector en het bestuur naar huis moeten sturen en een ander moeten kiezen. Was dit geschied dan ware er niets gebeurd.
M. H. te E. vraagt waarom art. 8 van de Dordtsche Kerken-ordening niet gehandhaafd wordt.
Antwoord: Art. 8 van de D.K. luidt: „Men zal geen schoolmeesters, handwerkslieden, of anderen, die niet gestudeerd hebben, tot het Predikantsambt toelaten, tenzij dat men verzekerd zij van hun singuliere gaven, godzaligheid, ootmoedigheid, zedigheid, goed verstand en discretie, mitsgaders gaven van welsprekendheid. Zoo wanneer dan zoodanige personen zich tot den Dienst presenteeren, zal de Classe hen (indien het de Synode goedvindt) eerst examineeren, en, naardat zij hen in 't examen bevindt, hen een tijdlang laten in 't'privé proponeeren en dan voorts met hen handelen, zooals zij oordeelen zal stichtelijk te wezen.
De normale weg is de volgende:
Als iemand meent roeping te hebben voor den Dienst des Woords, meldt hij zich bij den Kerkeraad, die een onderzoek instelt naar genadestaat en roeping. Oordeelt zoo'n kerkeraad, dat genadestaat en roeping zuiver liggen, dan wordt zoo iemand met een attest van den Kerkeraad doorgezonden naar een commissie door de Generale Synode benoemd (curatorium), die weder een onderzoek instelt en dan afwijst of aanneemt. In het eerste geval is beroep op de Generale Synode mogelijk. In het tweede geval gaat hij naar de Theologische school, waar hij zijn studie voltooit.
Het geval, waar U op doelt wordt door de Geref. Gemeente niet uitgeschakeld en is nooit uitgeschakeld geweest. Heden zijn er nog predikanten in de Geref. Gemeente, die langs den weg van art. 8 D.K. tot de bediening des Woords en der Sacramenten zijn gekomen.
Als zich zoo'n geval weer zou voordoen, dan zou zoo'n persoon, die zich tot den Dienst presenteert, door de classe (na goedvinding van de synode) worden geëxamineerd, en naardat zij hem in 't examen bevindt, hem een tijdlang in 't privé laten proponeeren, om voorts met hem te handelen, zooals zij oordeelen zal, stichtelijk te wezen.
Voorts is het regel, dat een ieder, die zich meldt, minstens een jaar lid is van de Geref. Gemeente.
Patiënt uit sanatorium te P. vraagt of het niet gewenscht is, dat ook Predikanten van de Geref. Gemeenten een radiodienst verzorgen.
Antwoord: Het is zoo verstaanbaar mijn vriend, dat je gaarne ook eens een predikant van één van onze eigen Dominees hoort, temeer omdat er zoovee1 door den aether komt, wat zoo heel anders is, dan je gewend bent.
Toch meen ik, dat het heel verstandig is, dat we dezen weg niet opgaan. Zoo gauw een van onze leeraars voor de radio ging spreken, was dit tegelijk een aanwijzing voor onze menschen zoo spoedig mogelijk in het bezit te komen van een radiotoestel. Nu weet ik wel, dat de zonde niet zit in een radiotoestel, maar in het gebruik daarvan.
Wie zou durven ontkennen het vele nut, dat we van radio hebben, maar ontkent mag ook niet, dat het gevaar van radio in huis niet denkbeeldig is. Kort gezegd: we halen de wereld in huis. Vooral in groote gezinnen, waar zoo makkelijk verslapping intreedt in het toezicht en gebruik van de radio, acht ik het een groot gevaar.
Waar in veel gezinnen nog de Bijbel een eereplaats inneemt en verder gezorgd wordt voor goede lectuur en degelijke muziek, daar wordt de kans groot, dat een eventueel radiotoestel de deur opent voor alle mogelijke wereldsche muziek en onschriftuurlijke lezingen, om nog te zwijgen van het vele dat in onze gezinnen contrabande moet zijn.
Een dezer dagen las ik nog een stukje in een kerkbode waar boven stond: „Beneden fatsoenspeil".
Ds. J. C. G. schrijft daar over den beruchten Dinsdagavondtrein. Hij merkt op: „Het is een aaneenschakeling van flauwe grapjes, vieze grapjes en onzedelijke grapjes. Grapjes over baby-verzorging, schoonmoeders en echtelijke ontrouw. En nu zou ik het heele zaakje laten voor wat het is, indien het niet waar was, dat er legio gezinnen zijn, die in dit soort programma's zoo ongeveer hun eenig vermaak vinden. Als de wereldberoemde conférencier...... aan het woord is, dan is het gezin eendrachtig bijeen rond de glimmende radiokast en men neemt bijna eerbiedig de noodige stilte in acht, opdat niemand iets van het nonstopprogramma zal missen. Door de avondwijding praat men heen, maar nu zegt men; „Ssst...... vader!"
Het is intusschen toch wel heel erg beneden peil, dat ook in Christelijke gezinnen dergelijke kost zoo smakelijk wordt verslonden. Dan zijn we toch wel heel ver gezakt beneden het peil van den Christelijken levensstijl".
Alles bij elkaar genomen is het weigeren van onze predikanten om voor de radio te spreken, alleszins verstaanbaar.
Ik raad U aan maar veel te lezen die predikaties, waarin God op 't hoogst verheerlijkt en de zondaar op het diepst vernederd wordt.
De Heere gedenke U, binde U voor ziels- en lichaamsnooden aan den Troon der genade en Hij geve U ook herstel naar het lichaam.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 november 1946
Daniel | 8 Pagina's