VOOR onze Militairen
Afscheidsgroet
Heeft u ze zien vertrekken? Wie? vraagt ge. Ik bedoel natuurlijk onze jonge militairen. De bloem van onze natie. Zij, op wien elks oogen zijn gericht Was dat dan zoo iets bijzonders? Zeker, lezers en lezeressen. Dat was iets heel bijzonders. Dat is in onze geschiedenis nog niet voorgekomen.
Over het rechtmatige van deze uitzending zullen wij thans niet schrijven. We hebben dit reeds duidelijk naar ons vermogen uiteengezet in no. 9 van dit orgaan. Neen, daarover wil ik het nu niet hebben. Ik wil het over wat anders met u hebben.
Ik heb ze van zeer nabij zien vertrekken en wanneer gij dit ook hebt meegemaakt, dan zal het u vermoedelijk net zoo gegaan zijn als mij, dan zullen ook u de tranen wel in de oogen zijn gekomen. Of zouden wij ongevoelig blijven wanneer een sergeant, gehuwd, zijn vrouw met 2 kinderen achterlatende ons de hand komt drukken ten afscheid. Ons daarbij onder aandoening vragend om zijn vrouw, kinderen en hem zelf in den gebede te willen gedenken. Men moet wel van steen zijn als ons dit niet treft. Wat een dure roeping hebben wij toch te vervullen voor onze militairen in dat verre, verre Indië. Overdenkt dit toch eens rustig, lezers en lezeressen van dit blad. Wellicht zit ge bij vader, moeder, vrouw, kinderen of verloofde omringd van alle gezelligheid dit te lezen. Vergeet dan hen toch niet, die nog zwalken op de groote wateren. Het offer is zoo groot en zwaar wat ons landje om der zonde wille moet brengen. Zij die hun man en vader of zoon hebben moeten afstaan, voelen dit het diepst. De rest leeft er naast en jammer genoeg, is alles zoo gauw vergeten. Wat betoonen we toch weinig naastenliefde. Ja, wel er over spreken maar de daden zijn zoo weinig. De geest van „Ben ik mijns broeders hoeder" vaart rond in dezen tijd. En ik weet uit ervaring, hoe meeleven, juist hij onze militairen, zoo echt wordt gewaardeerd. Wil men een soldaat leeren kennen? Beschouw hem dan alleen. Niet in de massa, doch heel alleen. Dan is hij zich zelf. De mensch in de massa is niet de enkeling. Ik hoop hier in mijn volgend artikeltje nog wel eens op terug te komen, want dan nadert de tijd, dat weer nieuwe jongens worden opgeroepen om ons Vaderland te dienen.
Ge kunt het ons niet kwalijk nemen, dat onze jongens in Indië, een apart plaatsje in ons hart hebben. Het zijn zij, die den meesten steun noodig hebben. Hieraan kunnen wij allen meewerken, en te zijner tijd hoop ik op uw steun te mogen rekenen.
Ge hebt u kranig gedragen jongens, bij uw vertrek naar Indië. Vergeet den laatsten handdruk van Vader, Moeder, Vrouw en kinderen niet. De Heere beware u voor de zonde. Hij zij uwen ingang en uwen uitgang. Zoek den Heere in uw gebed. Hij is aan geen plaats gebonden. Ook in dat verre Indië is Hij te vinden, wanneer we Hem in den geloove mogen zoeken. Ik moge eindigen met het 4e versje van Psalm 121 wat een van onze jongens is toegezongen bij zijn vertrek naar Indië:
De Heer zal u steeds gadeslaan, Opdat Hij in gevaar, Uw ziel voor ramp bewaar. De Heer, 't zij g' in of uit moogt gaan, En waar g' u heen moogt spoeden. Zal eeuwig u behoeden.
KRIJGSMAN.
Brieven bestemd voor Krijgsman als volgt adresseeren: Redactie „Daniël", Heereweg 294, Lisse. In de linkerbovenhoek envelop zetten: Bestemd voor Krijgsman.
Ten behoeve van militairen geeft de J.V. te Amersfoort op: Catechisatie: 's Maandagsavonds van 8—9 uur. J.V. eenmaal per 14 dagen op Woensdagavond van 7,30 tot 9 uur.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 oktober 1946
Daniel | 8 Pagina's