JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

VRAGENBUS

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VRAGENBUS

5 minuten leestijd

1e R. v. J. Vereen. vraagt: hoe Voetius stond tegenover de veronderstelde wedergeboorte.

Antwoord: Hoewel ik niet weet of Voetius ooit de woorden „veronderstelde wedergeboorte" heeft gebruikt, is wel bekend, dat in Voetius' Disputationes II, p. 412 staat, dat de kracht des Doops niet bestaat in het voortbrengen der wedergeboorte, maar in het verzegelen der wedergeboorte, die reeds gewerkt is.

Ds. G. H. Kersten, die een voorrede heeft geschreven in „Gijsbertus Voetius van Dr. C. Steenblok", schrijft; „Vooral komt in deze objectieve beschouwing tot uiting, dat Voetius, hoewel oordeelend, dat de uitverkorenen reeds van de geboorte af de beginselen der wedergeboorte ontvangen en op later leeftijd tot bekeering komen, (een stelling, waartegen wij wel ernstige bezwaren hebben) volstrekt niet allen, die binnen verbond en kerk leven, grond geeft om zichzelf voor deelgenooten der zaligheid te houden. De nauwgezette onderscheiding, die Voetius bij elk hoofdstuk der dogmatiek maakt, doet hem ook inzake hetgeen ter zaligheid gekend moet worden, getrouw zijn in het wijzen van den weg des behouds. Hij handelt van het bevindelijk leven, waarvan velen in deze dagen zich bitter vijand betoonen. Strijd en twijfel zijn het deel van den oprecht geloovige, eer hij komt tot verzekering, die de Heilige Geest werkt. Dit beschrijft Voetius op heldere, hem eigen wijze. Uitwendig geloovigen, die in gemeenschap met de kerk leven, moeten niet gelooven, dat Christus voor hen gestorven is.

In zijn kenmerkenleer (semeiotiek) onderscheidt Voetius nauwgezet tusschen hetgeen hypocrieten en tijdgeloovigen eigen is en welke de kenmerken der oprecht geloovigen zijn, terwijl hij aandringt op zelfonderzoek.

Dr. C. Steenblok schrijft op bladz. 57 van zijn dessertatie: „Ook is Voetius van oordeel, dat alle uitverkoren kinderen geboren binnen verbond en kerk, reeds van de geboorte af het beginsel der wedergeboorte ontvangen, maar soms eerst op hoogen leeftijd tot bekeering komen. Het grootste deel echter van hen die gedoopt of belijdend lid der kerk zijn, is niet uitverkoren en sterft, als alleen uitwendig in het verbond, in zijn zonden."

't Is duidelijk, dat wij daar ernstig bezwaar tegen hebben. Nicodemus, die tot Christus komt moet wedergeboren worden. Paulus, hoewel van 's moeders lijf geheiligd, wordt op den weg naar Damaskus krachtig in het hart gegrepen en van dood levend gemaakt.

't Is toch niet te denken, dat de uitverkoren koning Manasse, die na zijn gruwelijke zonden, door God in de gevangenis gebracht tot bekeering komt en belijdenis van zijn schuld doet, reeds het beginsel der wedergeboorte bij zijn geboorte had ontvangen.

Voorop staat voor elk mensch: „Tenzij dat iemand wedergeboren worde, hij kan het Koninkrijk Gods niet zien."

J. B. te Z. vraagt hoe de opvatting van Calvijn is over den staat der zielen na den dood, daar hij wel eens gelezen heeft, dat sommigen Calvijn in de schoenen schuiven, dat hij zou geleerd hebben een z.g. „tusschentoestand".

Antwoord: In het 3e Boek van Calvijns Institutie", Hoofdstuk XXV, 6 kunt u het volgende lezen:

„Verder, naar hun toestand in den tusschentijd nieuwsgierig onderzoek te doen, is niet geoorloofd en niet dienstig. Velen kwellen zich zeer door de vraag te bespreken welke plaats ze beslaan, en of ze de hemelsche heerlijkheid reeds genieten of niet. Maar het is dwaas en lichtvaardig naar onbekende zaken verder te onderzoeken dan God ons toestaat te weten. Wanneer de Schrift (Matth. 5: 8, 26; Joh. 12: 32) gezegd heeft, dat Christus bij hen tegenwoordig is en hen opneemt in het Paradijs, opdat ze troost zouden ontvangen, maar dat de zielen der verworpenen zulke kwellingen lijden, als ze verdiend hebben, dan gaat ze niet verder. Welke leeraar of meester zal ons dan openbaren wat God verborgen heeft? De kwestie aangaande de plaats is even dwaas en onbeduidend; want wij weten, dat de ziel niet dezelfde afmeting heeft als het lichaam. Wat betreft het feit, dat de gelukzalige vergadering der heilige geesten de schoot van Abraham genoemd wordt: het is voor ons genoeg, dat wij uit deze vreemdelingschap door den gemeenschappelijken vader der geloovigen ontvangen worden, opdat hij ons deel geve aan de vruchten van zijn geloof.

Intusschen, daar de Schrift overal beveelt, dat we moeten berusten op de verwachting van Christus' komst, en daar ze de kroon der heerlijkheid tot dien tijd toe uitstelt, laat ons tevreden zijn met deze grenzen, die ons van Godswege zijn voorgeschreven, dat de zielen der vromen, na de moeite van den strijd volbracht te hebben, tot de zalige rust komen, waar ze met gelukzalige blijdschap de genieting van de beloofde heerlijkheid verwachten, en dat zoo alles in afwachting gehouden wordt, totdat Christus, de Verlosser, verschijnt. En het is niet twijfelachtig, dat de verworpenen hetzelfde lot hebben, dat Judas (:6) den duivelen toeschrijft, n.1. dat ze met ketenen gebonden gehouden worden, totdat ze getrokken worden tot de straf, waartoe ze veroordeeld zijn."

Tot zoover Calvijn.

Voorts verwijs ik U nog naar eenige uitspraken uit Gods Woord.

In Psalm 73 zegt Asaf: „Gij zult mij leiden door Uw raad; en daarna zult Gij mij opnemen in heerlijkheid".

Paulus begeert ontbonden te zijn en met Christus te wezen, want dat is hem verre weg het beste. Filipp. 1: 23.

Eindelijk spreekt de catechismus in Zondag 22, dat de ziel van stonden aan tot Christus haar Hoofd zal opgenomen worden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 oktober 1946

Daniel | 8 Pagina's

VRAGENBUS

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 oktober 1946

Daniel | 8 Pagina's