JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

DE REGELING VAN ONS KERKELIJK LEVEN.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

DE REGELING VAN ONS KERKELIJK LEVEN.

4 minuten leestijd

Geheel verschillend met de voorafgaande behandelde stelsels is het gereformeerde of presbyteriale stelsel (presbyter = ouderling). Dit stelsel gaat uit van de plaatselijke kerken. Bij Rome en ook gedeeltelijk bij Luther, zijn de leden onmondig. Bij het Gereformeerde stelsel mogen de leden niet als onmondig verklaard worden. Zij maken de kerk uit en vormen de zichtbare kerk. We hebben dus uit te gaan van de plaatselijke kerken. Nu staan die plaatselijke kerken niet los naast elkaar, alsof Christus' kerk gedeeld ware. Neen, die plaatselijke kerken zijn verbonden in classen, particuliere en generale synoden. Die eenheid wordt niet van boven af opgelegd, maar vloeit voort uit het wezen der kerk zelf. In de leden ligt de kracht: zij verkiezen de ambtsdragers, zien toe op de leer en wandel der ambtsdragers, onder wiens toezicht zij zich gewillig behoren te plaatsen.

Bij Rome staat de kerk boven de staat, bij Luther de staat over de kerk; doch het gereformeerde stelsel kent elk zijn eigen roeping toe. De overheid is de door God gegeven macht in de Staat. Zij is Gods dienaresse en dient de Staat te regeren overeenkomstig Gods Woord en is het haar plicht de kerk te beschermen. Maar in de kerk zelf heeft zij geen heerschappij. Kerk en Staat hebben naast elkander te arbeiden, maar elk op eigen terrein. Geen politiek in de kerk, dat brengt niets anders dan ellende. Wanneer wij hier spreken over de kerk, dan bedoelen we daarmee haar zichtbare openbaring. Het werk des Heiligen Geestes in de harten van Gods uitverkoren volk is onzichtbaar. Al komen nu die gelovigen in een gezelschap bijeen, is dat nog geen kerkelijke openbaring. Daartoe eist Gods Woord iets anders. Daartoe is nodig de Dienst des Woords, door daartoe van den Heere geroepen dienaren, de instelling der ambten, ouderlingen en diakenen, die leiding geven aan de institueering der gemeente. Deze ambtsdragers zijn wel door de gemeente gekozen, doch ontlenen hun macht niet aan die leden. Christus is en blijft altijd de Koning der kerk en Hij bekleedt Zijn knechten en ambtsdragers met gezag. Wanneer deze ambten zijn ingesteld, dan pas is de kerk tot openbaring gekomen. Christus leert Zijn kerk als Profeet door de leeraars, als Priester oefent Hij barmhartigheid door de diakenen en als Koning regeert Hij Zijn kerk door de ouderlingen.

Daarom is een kerk geen vereniging, maar Zij is het lichaam van Christus en de ambtsdragers zijn gebonden aan Zijn bevelen.

Christus Zelf heeft verschillende bevelen gegeven inzake de prediking van het Evangelie (Matth. 10: 7,. de sacramenten (Matth. 28: 19); de tucht (Matth. 18: 17). Ook Paulus, gedreven zijnde door den Heiligen Geest, heeft verschillende bepalingen gegeven inzake de tucht (1 Cor. 5); het Heilig Avondmaal (1 Cor. 11: 17—34).

Van de dagen der apostelen af, zijn er dus verschillende kerkelijke bepalingen geweest, die later in de vorm van kerkenordening zijn vastgelegd. Het woord kerkenordening zullen we in de Heilige Schrift niet vinden, doch de zaak wel terdege. De kerkenordening bevat algemene regelen, die geldig zijn voor alle kerken, die tot het kerkverband behoren. God eist gehoorzaamheid aan de kerkelijke machten (Hebr. 13: 17): „Zijt uwen voorgangeren gehoorzaam en zijt hun onderdanig, want zij waken voor uwe zielen, als die rekenschap geven zullen; opdat zij dat doen mogen met vreugde en niet al zuchtende; want dat is u niet nuttig".

De Kerken-ordening is voorbereid op het convent van Wezel in 1568 en vastgesteld op de Synode van Embden 1571. Later herzien op de synoden te Dordrecht in 1574 en 1578; op de synode te Middelburg 1581, te 's-Gravenhage 1586 en tenslotte op de grote synode te Dordrecht 1618 en 1619.

Deze Dordtsche Kerken-ordening (D.K.O.) is aanvaard als regel voor het kerkelijk leven der Gereformeerde Gemeenten in Nederland en Noord-Amerika.

De historie van de tot standkoming van deze D.K.O. hopen we in een volgend artikel voor U te behandelen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 september 1946

Daniel | 8 Pagina's

DE REGELING VAN ONS KERKELIJK LEVEN.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 september 1946

Daniel | 8 Pagina's