JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

VRAGENBUS.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VRAGENBUS.

5 minuten leestijd

Correspondentie voor deze rubriek aan: T. Molenaiar, Leede 18, Rotterdam-Zuid.

Naar aanleiding van de beantwoording van vraag 1 in het derde nummer heeft men mij gevraagd positief te beantwoorden of het af te keuren is lootjes tc koopen voor eeri of ander goed doel.

Hoewel ik niet pertinent gezegd heb, dat dit af te keuren is, heb ik wel geschreven, dat alle hazardspelen veroordeeld zijn.

Mijn conclusie is dus, dat ook lootjes koopen en verkoo-» pen voor een of ander goed doel te veroordeelen is. Er is wel een andere weg te vinden, om voor een goede zaak de offervaardigheid op te wekken en die te betoonen.

Ik maak van deze gelegenheid gebruik den lezer, wat de beantwoording van vraag 1 betreft, nog te verwijzen naar het belangrijk artikel in de , , Saambinder'' van 8 Augustus 1.1. onder , , De Tien Geboden Afzonderlijk".

B. W. te B. vraagt: aar aanleiding van Uw antwoord op de vraag over het bidden van het , , Onze Vader" door onbekeerden, wilde ik LI vragen, hoe U denkt over het zingen der Psalmen, b.v. Psalm 42:1, Psalm 116:1 enz.? Antwoord: eze vraag had ik verwacht.

't Komt mij voor, dat de liturgie in Gods huis, waaronder ik dan ook reken het zingen van de psalmen toch nog wel iets anders is dan het bidden van het „Onze Vader".

Hoewel ik het bidden vart het allervolmaakste gebed door een onbekeerd mensch heb afgewezen, daarmee heb ik het bidden niet afgewezen. Integendeel, 't is onze dure plicht den Heere in erkentenis te houden en Hem aan te loopen als een waterstroom.

Wat het zingen betreft heeft de dichter van psalm 106 : 48 in navolging van 1 Kron. 16:36 al het volk opgeroepen zeggende: , En al het volk zegge: men, Hallelujah."

Waarom zou een onbekeerd mensch niet zingen: „Och schonkt gij mij de hulp van Uwen Geest? " Of: „Welzalig zijn d' oprechten van gemoed", enz.

Moeilijker lijkt het, wanneer gezongen wordt: , , God Jieb ik lief enz., of 'k Zal eeuwig zingen van Gods gocderticrenheên enz."

Waar ook deze psalmen in den dienst des Woords de gemeente op de lippen worden gelegd, kan een dienaar des Woords geen separatie houden, wat hem ook niet toekomt, want hij is geen kenner der harten en hij heeft met de kerk te doen als instituut. Een ieder zie echter toe, wetende, dat hij ook orn zijn zingen eenmaal rekenschap zal moeten afleggen. 't Geeft wel wat te denken, dat velen zoo gemakkelijk en uit volle borst meegalmen, zonder te letten op den inhoud van den psalm en dat juist Gods volk soms zoo'n moeite heeft met die psalmen, die zulk een positieve gesteldheid des harten uitdrukken.

Laat ik mijn antwoord besluiten door op te merken, dat een mensch van God vervreemd nergens recht op heeft en dat Gods volk alleen zijn recht ontleent aan Hem, Die uitgaande naar den olijfberg eerst met Zijn discipelen den lofzang gezongen had.

Ch. S. te A. vraagt korte toelichting over 2 Samuël 21:1 t.m. 14. 't Is hem zoo duister, dat er in vers 4 staat: , 't Is ons niet te doen om iemand te dooden, terwijl er in vers 6 medegedeeld wordt, dat de inwoners van Gibeon 7 nakomelingen van Saul vragen, om die den Heere op te hangen te Gibea-Sauls, een zaak, die de Koning terstond als billijk inwilligt.

Ook Rizpa's daad moet nadere verklaring.

Antwoord: In verband de jaar op jaar terugkeerende honger tijdens Davids regeering, zocht de Koning het aangezicht des Heeren. De Heere maakte hem bekend, dat er een ban in Israël was.

Saul had n.1. tijdens zijn regeering een bloedbad aangericht onder de Gibeonieten. Wanneer dit gebeurd was, weten we niet. 't Is niet onmogelijk, dat dit geschied was, toen de stad Nob uitgemoord werd, omdat de Gibeonieten dienaren van de priesters waren.

Hoe het zij, Saul had zich schuldig gemaakt aan verbreking van den eed, dien de kinderen Israels hun in Jozua's tijd gezworen hadden (Joz. 9:15, 18). David, door God onderwezen, roept nu de Gibeonieten en vraagt hun: , Wat zal ik ulieden doen en waarmee zal ik verzoenen, dat gij het erfdeel des Heeren zegent? "

En nu komt het antwoord in vers 4, waarmee vrager zit in verband met den eisch in vers 6. Als de Gibeonieten Keggen: , , 't Is ons niet te doen om zilver en goud met Saul en met zijn huis, ook is het ons niet te doen om iemand te dooden in Israël", dan gevoelt U wel, dat met die laatste zinsnede uitgezonderd wordt „Sauls huis", zooals de Statenvertaling trouwens ook zegt.

Onder Israël behoefde dus niemand gedood te worden, maar alleen de uitoefening van de bloedwraak werd van den Koning gevraagd en die ging over de toen nog levende nakomelingen van Saul.

Als zij 7 mannen vragen van Snuls geslacht, die den Heere gehangen moeten worden te Gibea-Sauls, is het geen wonder, dat David, Mefiboselh, Jonathans zoon, spaart. Als er gerechtigheid is gedaan, zoowel door verzoening der schuld overeenkomstig de wet (Deut. 35:33), als door het waardig gedrag van Davids zijde jegens het huis van zijn voorganger, dan werd God na dezen den lande verbeden, d.w.z. verzoend, zoodat op de jaren van honger weer vruchtbare tijden volgden.

De daad van Rizpa, was er een van een echte moeder, die de wacht betrok bij de lijken van haar kinderen. Een leering voor de ouders om zeker de wacht te betrekken bij de levende zielen van hun kroost.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 september 1946

Daniel | 8 Pagina's

VRAGENBUS.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 september 1946

Daniel | 8 Pagina's