EEN GELUKKIG VOLK (Ps. 1:1).
Welgelukzalig is de man, die niet wandelt in den raad der goddeloozen, noch staat op den weg der zondaren, noch zit in het gestoelte der spotters.
Ziedaar jonge menschen het onderscheid tusschen de goddeloozen en die God vreezen. O, gelukzalig de mensch, die God tot zijn deel heeft.
Goddeloos: dat is zonder en los van God. Elk mensch is van nature in een staat des doods. Wij zijn allen volmaakt naar Gods beeld geschapen. Heerlijk zijn wij uit des Makers hand voortgekomen. Verbondsgewijze stonden wij in Adam zonder zonde en verbondsgewijze vielen wij in Adam.
Nu zijn wij zonder God en Christus in de wereld en beelddragers des duivels door den diepen val. Nu gevangenen des duivels en slaven van de zonde en van de lusten en begeerlijkheden des vleesches. Vijanden Gods!
Zie in Psalm 14 en Romeinen 3, wat God van den mensch getuigt.
Dit geldt dus, goddeloozen, elk mensch buiten God; al is er ook door Gods goedheid verschil in de uitleving.
Het is groot, als we zonder ergenis in de wereld zijn. Dit is vrucht van het gezag van Gods Woord in het geweten en van opvoeding.
Doch wie zijn het nu, die wandelen in Gods wegen. Gods volk zijn de rechtvaardigen in Christus voor God. Zij zijn de uitverkorenen des Vaders van eeuwigheid, in Christus. Dit is gansch vrij en souverein.
In Christus zijn zij van eeuwigheid rechtvaardig. Christus' opstanding en Zijn Middelaars bediening en gansch volbrachte werk is hun eenigen grond der zaligheid. Verbondsgewijze zijn wij in Christus.
Zij worden in de levendmaking door een oprecht geloof Christus ingeplant. Zie Zondag 7 vraag 20.
Dus alleen in Christus zijn zij rechtvaardigen. Zie de volle bate des geloofs in Zondag 33. Dit sluit alle eigen werk uit en Christus' persoon en werk in. Wederbaring, bekeering, verzoening en heiliging, dit alles wordt gewerkt door Geest en Woord in het hart. Welgelukzalig de man, die niet wandelt in den raad der goddeloozen, ook niet wandelt op hun wegen. En wat is de raad der goddeloozen? Ons booze hart en de wereld. Ja de gansche, ijdele wereld. Jonge menschen, komt niet op het pad der zondaren. Het zijn paden der ijdelheid. De wereld en ons vleesch lokt. Wat is de jeugd in ons Vaderland veelal bedorven. Wat is het noodzakelijk van staat en hart vernieuwd te worden. De wereld is als een ijdelheidskermis. O, jonge mensch, mijd de plaatsen der ijdelheid.
De wereld, de drievoudige afgod toovert met dans, balzalen, bioscoop, film en sport. Tegen dit alles is het niet genoeg om verbeteringen aan te brengen en jeugddiensten te houden. Want dit alles heeft geen kracht der bewaring. Het groote gevaar is, dat we de eenvoudigheid der waarheid verlaten. Meng U niet met degenen, die naar verandering staan. Wat vele jeugdige harten zijn daardoor verstrikt. De tijdgeest stompt het geweten af.
Ja, dan wordt het hart verstokt. Wat heeft de duivel en de wereld een vindingen, om de jeugd af te trekken van Gods Woord en dienst. Laat je toch door niets en niemand van de zuivere bediening van Gods Woord aftrekken. Bid en worstel veel om deze dingen.
Wat is de vrucht van den raad en paden der goddeloozen?
Verval en afval, ook verflauwing in den dienst Gods en menig jong mensch vervalt in een geheel verlaten van God en Zijn dienst.
Mijd de nieuwigheden van onzen bedorven tijdgeest.
Het zijn terecht paden en wegen des verderfs. Ook vervalt men dan veelal in verkeerde huwelijken. Welk een kwaad ontstaat door de gemengde huwelijken buiten de waarheid.
De wereld is als een Delila. Zelfs een Simson heeft dit ruim beleefd.
Handel dan niet lichtvaardig met Uw ziel.
Maar zie nu eens de rechtvaardigen. Welgelukzalig, die niet wandelt enz. Wat is dat zalig en profijtelijk om in Christus door Woord en Geest in nieuwigheid des levens te wandelen. Ja, gelukzalig, die in Gods inzettingen met vermaak wandelt.
Wandelen in de vreeze des Heeren, wandelen daarin door geloof en liefde; ja vrienden, hier kruisen de wegen der goddeloozen en rechtvaardigen. Het is hier in Adam of Christus. Het is dood of leven, een tusschenweg is er niet. Ge moogt dezen Psalm wel eens gedurig biddend lezen en zingen. O, wat groote tegenstellingen.
Ziehier de ware Godsvrucht tegen de wegen en paden der zonden. De wandel in de rechten des Heeren kweekt geen lijdelijkheid of verflauwing in den dienst Gods. Het ware Christendom geeft geen kniezerig, zwaarmoedig leven. Neen, de wandel des geioofs geeft vroolijkheid, blijdschap en vrede met vermaak.
Zie geheel Ps. 119 eens. Dit neemt niet weg, dat er gedurige strijd en vele beproevingen aan verbonden zijn. Doch in Christus zijn wij meer dan overwinnaars. Eens zullen Gods kinderen gekroond worden. Zij zijn de bruid van Christus, in Zijn bloed gekocht, gewasschen, gerechtvaardigd, geheiligd en verheerlijkt. Zij hebben vrede in het bloed van Christus. Zij zijn eeuwig welgelukzalig en zullen alles beërven. Het einde zal vrede zijn. Het leven is hun Christus en het sterven gewin. In den grooten dag zal dat volmaakt blijken. Wij mogen het dan ook uitroepen: Welgelukzalig is de man, die niet wandelt in den raad der goddeloozen, noch zit in het gestoelte der spotters.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 juli 1946
Daniel | 8 Pagina's