JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Briefwisseling met mijn jonge vrienden (1)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Briefwisseling met mijn jonge vrienden (1)

4 minuten leestijd

Waarde jonge vriend,

Door de Redactie van ons blad is mij verzocht U zoo nu en dan een brief te schrijven. Een brief zonder adres dus? Juist! Maar dan moet ge dat toch zoo vatten, dat deze bestemd is voor mijn jonge vrienden.

Wij zullen het niet hebben over de dagelijksche dingen des levens. Daartoe is ons blad niet bestemd. Het dient te zijn over zaken van grooter belang. Het moet gaan over datgene, wat wij niet missen kunnen in leven èn in sterven. Ik bedoel dat natuurlijk in den ruimsten zin des woords: al wat daartoe bevorderlijk zou kunnen zijn.

In sterven èn .... in leven.

Hoevelen meenen, dat het alleen maar op wèl-sterven aankomt, terwijl het wèl-leven nauwelijks waarde in hun oog heeft.

En als dit laatste ons standpunt is, behoeft bij een jong-mensch de ernst des levens niet zoo heel groot te zijn. Dan moet (naar zijn beschouwing) de ernst eerst toenemen met de levensjaren. Hoe dichter bij den dood hoe grooter levensernst. Maar... er is één maar: Daar is nog het „risico" van vroeg-sterven. En deze gedachte is het, welke misschien vermag eenige bedachtzame ernst te verwekken.

Ge voelt wel, hier is een haperl

Het wèl-leven moet om zijn eigen inhoud waarde voor ons hebben. Als het recht bij ons ligt, komt het in de eerste plaats op het wèl-leven bij ons aan.

En dan moet bij de jeugd de ernst het grootst zijn. Immers hij heeft het langste leven vóór zich.

De grijze Barzillai zeide tot koning David: „Hoeveel zullen de dagen mijns levens zijn, dat ik met den koning zou optrekken naar Jeruzalem?" Hij had zijn tijd gehad.

Zijn leven was een welbesteed leven geweest in dienst van zijn koning. Hij had den koning onderhouden toen deze te Mahanaim zijn verblijf had. Nu wilde hij wederkeeren om te sterven in zijn stad. Wat spreekt daar een vrede uit. Hij behoefde het niet nog eens goed te gaan maken op zijn ouden dag. Hij kon zich mèt zijn wegen in 's Heeren hand overgeven.

Neem Uw Bijbeltje eens (of leest ge dien alleen maar aan tafel en in de kerk?) en lees het eens rustig over. Het staat aan het eind van 2 Sam. 19.

Maar de jongeling, die vóór het leven staat, de taal van zijn hart moge zijn: Leer mij, o God van zaligheden, mijn leven in Uw dienst besteden.

Daartoe moge onze briefwisseling ons opwekken.

Op welke wijze moeten wij U schrijven?

Laat ons trachten het op eenvoudige wijze te doen.

Er doen zich zooveel vragen voor in ons jong gemoed, vragen, welke direct of indirect verband houden met geheel onze levenshouding. Vragen waarmede wij in onze jonge jaren soms niet voor den dag durven komen. We meenen, we worden dan voor vroeg-wijs gehouden: Dat hoort bij een lateren leeftijd.

Ik heb het over vragen. Ge begrijpt het reeds? Brieven schrijven kan niet van één kant komen! Zóó wordt er geen band gelegd. Ik hoop op eenig levensteeken van Uw zijde. Zonder wederzijdsch contact loopt brievenschrijverij dood.

Laat ik na deze eerste kennismaking mijn brief niet te lang maken.

Ik wilde U voor ditmaal iets voorleggen tot zelfonderzoek.

We zijn zoo geneigd ons doen en laten af te meten naar de uiterlijke daad zelf. Immers, een ander kan ons moeilijk anders afmeten dan naar onze daden. Maar hebt ge er wel eens over nagedacht, dat de Heere het hart aanziet? Wat bedoelen we met dit of dat te doen? Waf beoogen we er mede? Als we een onderwerp bestudeeren voor de jongelingsvereeniging, doen wij dat dan om in (ware) wijsheid toe te nemen en om onze vrienden in de vrucht onzer studie te doen deelen? Of worden we allereerst gedreven door de zucht een goed figuur te slaan? Er bestaat in het Latijnsch een spreekwoord (ik zal het nu maar op z'n Hollandsch zeggen): „Als twee hetzelfde doen, is het nog niet hetzelfde." Laat ons er een gewoonte van maken onszelf af te vragen: Waarom doe ik dit of dat?

Welnu, denk daar eens over na, ook met betrekking tot ons vereenigingsleven. Dan zijt ge voorloopig niet zonder bezigheid. Misschien geeft het U aanleiding mij een briefje te schrijven. Zendt hem maar aan de Redactie, dan komt hij vanzelf terecht. Intusschen teeken ik met hartelijke groeten,

Uw vriend

BARUCH.

Brieven van onze jongens aan „Baruch" als volgt adresseeren:

Aan Redactie „Daniël"

Heereweg 294

LISSE.

In den linkerbovenhoek van de envelop zet U: Bestemd voor „Baruch".

Deze aldus geadresseerde brieven gaan rechtstreeks naar „Baruch" en worden dus door niemand anders gelezen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 juli 1946

Daniel | 8 Pagina's

Briefwisseling met mijn jonge vrienden (1)

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 juli 1946

Daniel | 8 Pagina's