JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

SCHETSEN VOOR HET MAKEN VAN ONDERWERPEN OP DE JONGELINGS VEREENIGINGEN.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

SCHETSEN VOOR HET MAKEN VAN ONDERWERPEN OP DE JONGELINGS VEREENIGINGEN.

7 minuten leestijd

GEWIJDE GESCHIEDENIS O.T. (Genesis 1 : 1—25).

„In den beginne schiep God den hemel en de aarde", zoo luiden de indrukwekkende eerste woorden der Heilige Schrift.

Die woorden vormen het begin aller openbaring, den grondsteen van het gebouw der kennisse Gods.

Zij teekenen God in Zijn majesteit van Wien alle schepselen afhankelijk zijn.

Bij de groote levensvragen, die een antwoord behoeven, behooren in de eerste plaats de vraag naar den oorsprong en die naar het doel van ons leven.

De H. Schrift verklaart den oorsprong der dingen uit de schepping. Zij stelt een daad Gods als het begin van onze geschiedenis.

De leer der schepping wordt alleen uit de openbaring in den Bijbel gekend.

Alhoewel de Roomschen leeren, dat zij ook uit de natuur door de rede kan worden opgespoord, belijden wij in Hebr. 11:3: ,,Door het geloof verstaan wij, dat de wereld door het Woord Gods is toebereid, alzoo dat de dingen, die men ziet niet geworden zijn uit dingen die gezien worden."

De Grieksche wijsbegeerte zoekt òf materialistisch den oorsprong der dingen in een stoffelijk element, òf pantheïstisch in het eene eeuwige, onveranderlijke zijn, of in het eeuwige worden.

Het materialisme zoekt de laatste elementen van alle zijn in eeuwige ongeworden en onvernietigbare stoffelijke atomen en tracht uit de naar vaste wetten plaats hebbende scheikundige scheiding en verbinding dier atomen alle verschijnselen, heel de wereld te verklaren.

Tegenover al die richtingen heft de Christelijke Kerk de Banier omhoog, waarin geschreven staat: Ik geloof in God den Vader, den Almachtige, Schepper des Hemels en der aarde.

Door Zijn almachtig vermogen houdt Hij het scheppingsorganisme in stand en vervult daardoor Zijn eeuwigen raad, zoodat alles tenslotte uitloopt op dat groote einddoel, de verheerlijking van Zijn Naam en deugden, en de zaligheid van Zijn uitverkoren volk.

Wij zeggen dus:

I. God is de Schepper van de stoffelijke en van de geestelijke schepping.

Hij schiep den hemel als een werkelijke plaats.

In dien hemel schiep hij de engelen, die niet altijd hebben bestaan.

Deze aarde, de kleine planeet waarop wij wonen is van de stoffelijke schepping het middelpunt.

Uit éénen bloede heeft God het gansche geslacht der menschen gemaakt, om op den geheelen aardbodem te wonen, bescheiden hebbende de tijden tevoren geordineerd en de bepalingen van hunne woning. (Hand. 17:26).

Straks valt ook op deze aarde de eindbeslissing wanneer Christus komen zal om te oordeelen de levenden en de dooden. (Lees Art. 1 en 12 N.G.B.)

II. Wanneer heeft God alles geschapen?

In den beginne. Daarmee vangt de tijd aan. Vóór den beginne was God er alleen, want God is eeuwig.

Niet alleen de Vader, die in het werk der schepping op den voorgrond treedt, maar ook de Zoon en de Heilige Geest.

Gods besluiten zijn van eeuwigheid.

Hij maakt de geschiedenis, en die geschiedenis is de vervulling van Zijn eeuwigen raad.

In den beginne schiep God den hemel en de aarde.

Daarmede wordt dus de geheele schepping aangeduid.

Hemel en aarde, die in den beginne geschapen zijn, zijn twee deelen van één groote schepping, zijn op elkander aangelegd en vormen een harmonisch geheel.

We denken bij hemel niet alleen aan den wolkenhemel en de sterrenhemel, maar vooral aan den hemel der hemelen als de plaats waar God Zijn Majesteit ongetemperd tentoonspreidt.

III. God heeft alles geschapen, wat de stof betreft in een oogenblik, en wat de verdere schikking betreft, in zes dagen.

Wij spreken niet van tijdperken, maar van gewone zonnedagen.

Wel heeft God op den eersten dag het licht en op den vierden dag de hemellichten geschapen, maar daarin vinden we geen tegenstrijdigheid. God schept eerst de lichtstof, en concentreerde dat licht in zon, maan en sterren op den vierden dag.

Lees vooral wat God op de verschillende scheppingsdagen geschapen heeft.

Dat het dagen zijn geweest en geen lange perioden kunnen we vooral opmaken uit hetgeen de Heere zegt in het vierde gebod, Exod. 20:8-11.

Wanneer alles gereed is, verschijnt de mensch als pronkstuk van Gods vingeren, als kroonstuk op het werk der schepping.

In Zondag 3 van den Heidelbergschen Catechismus lezen we waartoe God den mensch heeft geschapen.

Op den zevenden dag heeft Hij gerust.

Dat rusten is een Zich verlustigen in de werken Zijner handen.

Zijn oog rust met welgevallen niet alleen op Zijn werk, maar vooral op den koninklijken Paradijsmensch, waarin Hij Zijn beeld op creatuurlijke wijze heeft afgedrukt.

Bronnen:

Dachsel: Genesis.

Henry: Genesis.

Sions roem en sterke: A. Rotterdam.

Gew. gesch.: Prof. Sillevis-Smitt.

Gew. gesch.: J. van Andel.

Handboek: E. Stock e.a.

GEWIJDE GESCHIEDENIS. (Nieuwe Testament).

Het kan nuttig zijn een onderwerp te maken over den verbindingstijd tusschen het Oude en het Nieuwe Testament.

Het eerste en tweede boek der Mackabeën en de werken van Flavius Jozefus kunnen we daarbij raadplegen.

Ongeveer vierhonderd jaren heeft de stem der profetie gezwegen. Maleachie is de laatste der O.T. profeten, terwijl Johannes de Dooper de eerste is die de volheid des tijds aankondigt.

Men geve een beschrijving hoe het met het joodsche volk gegaan is, en hoe het met dat volk gesteld was bij de geboorte van Christus.

Tevens kan gezegd worden hoe en wanneer de Joden gekomen zijn onder de Romeinsche heerschappij alsook onder het geslacht van Herodes. Hoe het er op staatkundig gebied uitzag en hoe de verschillende partijen en secten zijn ontstaan (de Farizeën en Schriftgeleerden, de Zeloten, de Herodianen en Esseën).

Hoe het gesteld was met den eeredienst in Tempel en Synagoge en met de Messiasverwachting.

Bronnen:

J. van Andel.

Sillevis-Smitt.

DE VLEESCHWORDING DES WOORDS. (Joh. 1:1-14).

De gewijde geschiedenis van het Oude Testament kan beginnen met het eerste Artikel van de Apostolische Geloofsbelijdenis: ,,Ik geloof in God den Vader, den Almachtige, Schepper des hemels en der aarde."

De gewijde geschiedenis van het Nieuwe Testament kan beginnen met het tweede Artikel: ,,en in Jezus Christus Zijnen eeniggeboren Zoon, onzen Heere."

Het in het Paradijs beloofde Vrouwenzaad is na een wachtenstijd van veertig eeuwen, in de volheid des tijds, gekomen.

Mattheüs, die voor de Joden schrijft, klimt met zijn stamboom op tot Abraham den vader van het Joodsche volk.

Lucas, die voor de heidenen schrijft, klimt op tot Adam, den zoon van God.

Maar Johannes, de Adelaar der Evangelisten, gaat terug tot achter de schepping en laat den Middelaar zien als het Eeuwige Woord Gods.

Het Woord is de Tweede Persoon door den Vader van eeuwigheid gegenereerd.

In de volheid des tijds is dat Woord vleesch geworden en heeft onze natuur aangenomen uit de Maagd Maria.

De Scheppings Middelaar wordt Verlossings Middelaar.

Alle dingen zijn door Hetzelve gemaakt.

Geef een Schriftuurlijke beschrijving van de wijze van Zijn menschwording. Dat Hij mensch werd in de volheid des tijds.

Door wien Hij werd voorafgegaan.

Door wien Hij werd voorafgegaan.

Hoe Hij werd ontvangen door Zijn eigen volk.

Wat er noodig is om Hem door het geloof te omhelzen.

Wat het zeggen wil, dat de Wet door Mozes werd gegeven en de genade en waarheid door Christus is geworden.

Ge kunt dan de zedelijke wet plaatsen tegenover de genade, en de Ceremonieele wet tegenover de Waarheid.

Het Evangelie begint niet bij Mattheus, maar bij Genesis. (Gen. 3:15).

We maken echter onderscheid tusschen het Evangelie der beloften, en het Evangelie der vervulling.

Over het Evangelie der vervulling handelt de gewijde geschiedenis des Nieuwen Testaments.

Bronnen:

Dachsel.

Matth. Henry.

Sillevis-Smit: Gew. gesch.

J. van Andel: Gew. gesch.

E. Stock e.a.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 juli 1946

Daniel | 8 Pagina's

SCHETSEN VOOR HET MAKEN VAN ONDERWERPEN OP DE JONGELINGS VEREENIGINGEN.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 juli 1946

Daniel | 8 Pagina's