VADERLANDSCHE GESCHIEDENIS.
De Geschiedenis, die geen voorwerp van ijdele nieuwsgierigheid mag zijn, is nuttig; dewijl zij in de ervaring der voorgeslachten treffend onderricht geeft en vooral omdat ze, bij het licht van het Evangelie, Gods almacht, wijsheid, rechtvaardigheid en genade in de lotgevallen van een zondig menschengeslacht openbaart. (GROEN)
In 't Verleden ligt het Heden; In het Nu wat Worden zal. (BILDERDIJK)
Inleiding.
Naam. — Wellicht, dat geen of weinig van mijn jonge lezers zich er rekenschap van gegeven heeft, waarom van Vad. geschiedenis gesproken wordt; ook of dat wel juist is.
Men leest dan ook wel andere benamingen: Gesch. des Vaderlands (Groen); Gesch. van het Ned. Volk (Blok).
De term Vad. Gesch. is nu eenmaal gebruikelijk dus......
Maar: nomen est omen. (De naam is een voorteeken).
Zelf prefereer ik meer den naam: Geschiedenis van het Ned. Volk.
Begrip:
Wat is geschiedenis?
Dit is een der moeilijkste vragen om te beantwoorden. Ik vraag niet naar voorbeelden van geschiedenis maar: wat is haar wezen?
Groen begint zijn Handboek dan ook met het nut der geschiedenis in 't algemeen op te sommen; om daarna te zeggen, dat het is een verhaal van de wording, de ontwikkeling, het leven van het Ned. volk: als Natie door eigen afkomst, taal, Godsdienst en zeden gekenmerkt.
En dit leven openbaart zich bij uitnemendheid in — de Republiek der Vereenigde Nederlanden.
En omdat dit leven nog steeds voortgaat kan ook maar in een paar woorden een definitie gegeven worden.
Dit leven openbaart zich in zijn staatkundig bestaan, in zijn Godsdienstig leven, in zijn zeden, zijn gewoonten, zijn kunst, zijn opvoedingssystemen, zijn verhouding tot andere volken, enz., enz.
Zoo beschouwd is de geschiedenis van ons volk buitengewoon rijk.
Niet een levensuiting moet dan ook verwaarloosd worden, maar onderzocht en gewaardeerd (= getaxeerd).
Hier zal ik misschien critiek ontmoeten. Inderdaad wordt vaak het staatkundig leven geaccentueerd.
Maar toch verwaarlooze men de andere levensuitingen van ons volk niet; er is voortdurende wisselwerking.
Gij zult dat telkens bemerken.
Beschouwt men onze geschiedenis in hoofdzaak als staatkundige geschiedenis, dus ontwikkeling van de staatkundige eenheid, dan is — gelijk gezegd is — de geschiedenis vóór ± 1400 inderdaad van weinig beteekenis. Maar zoo is het m.i. niet. Ook de tijd vóór ± 1400 heeft voor de ontwikkeling van ons volksleven, de vorming van ons volkskarakter buitengewone beteekenis, evenals de kinderleeftijd een stempel drukt op ons persoonlijk leven.
Er is in dezen geen toeval. De geschiedenis is geen product van louter menschelijke factoren.
Maar God heeft van den aanbeginne ons volk doen ontstaan, de plaats zijner woning bestemd, geleid door voor- en tegenspoed tot op dezen dag.
In Zijn hand is ons volksgeluk. Hij moet gehoorzaamd worden, naar Zijn wil gevraagd, Zijn Woord geëerbiedigd worden.
Doet ons volk dit niet, dan wordt het gekastijd.
De geschiedenis toont, dat Gods Woord de waarheid is.
Willen wij dus de geschiedenis, ook die van ons volk, naar waarde schatten, zoo moet immer de maatstaf van dat Woord gekend en aangelegd worden.
Methode.
Hoe zullen we nu onze geschiedenis behandelen.
Allereerst is noodig een betrouwbare gids. Ik mag daartoe aanbevelen Groens onvolprezen Handboek.
Voor één zaak moet ik waarschuwen. Slik niet alles, wat als geschiedenis aan de markt komt.
Er wordt veel gedebiteerd, dat de toets der historische waarheid niet kan doorstaan. Zoo dikwijls wordt maar lukraak overgeschreven, wat men in een of ander boek vindt.
Leest en onderscheidt nauwkeurig, opdat ge geen beginselen uitdraagt, die de onze niet zijn; of dingen vertelt, die tot het rijk der fabelen behooren. Daarom juist het kiezen van een betrouwbare gids, die men geloven kan, om daarna door gestadig onderzoek en dege studie te komen tot een bescheiden zelfstandig oordeel, ook op historisch gebied.
Nog eens: weest voorzichtig met z.g. „bronnen".
Een andere zaak is, wie de geschiedenis behandelen moet.
Soms wordt aan ieder der werkende leden een beurt gegeven; soms geschiedt het door één persoon, die veel voor geschiedenis voelt en zich geheel kan inwerken.
Voor de laatste manier is veel te zeggen.
Daar staat tegenover, dat op de 1e wijze ieder op zijn beurt wordt gedrongen, zich in een historisch onderwerp in te werken.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 juni 1946
Daniel | 8 Pagina's