De tijd van Haggaï
Was er dan nog niets aan de tempel gedaan? O ja, het begin was wel goed geweest! Vol ijver en enthousiasme waren de teruggekeerde ballingen begonnen aan de opbouw van de stad Jeruzalem en de tempel. Al gauw was het fundament van de tempel klaar, en ook het brandofferaltaar, zodat de offerdienst weer kon beginnen. Van de Perzische koning Kores had men schatten meegekregen en bovendien kreeg men "subsidie" bij de tempelbouw. Men mocht bij gebrek aan geld een beroep doen op de staatskas. Maar de tegenslagen ontbraken niet. De Samaritanen werkten de goden op allerlei manier tegen. Ook kwam er in het Perzische rijk een koning aan de macht, die de goden niet zo gunstig gezind was. Bovendien was de economische toestand in het land erg slecht. Geen wonder dat het volk zich verontschuldigt en zegt dat het nú de tijd niet is om het huis des Heeren te bouwen. Er is geen geld voor. Daarom ligt het werk aan de tempel stil, nu al zestien jaar lang!
Toen en nu
- De tijd is zo slecht.
- Wij zijn arm.
- Het is geen onwil, maar het is onmacht!
Nù
- Een nieuwe kerk bouwen? Iedereen gaat minder verdienen! Waar moet het geld dan vandaan komen?
- Een nieuw zendingsveld openen? Dat kost maar weer meer geld. En zijn er wel zendingswerkers voor te vinden?
Wat vind jij van deze argumenten?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 december 1987
Mivo +12 | 24 Pagina's