JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Loïs in zwaar weer

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Loïs in zwaar weer

6 minuten leestijd

Loïs woont met haar vader op hun schip in Vlissingen en worstelt met het verlies van haar moeder, haar toekomst én haar relatie met haar vader, die steeds hechter wordt met Sjanet. Terwijl ze twijfelt tussen verschillende studies en zelfs een tussenjaar overweegt, suggereert haar vader plots dat hij misschien een bijzondere uitdaging voor haar weet.

Vader pakt een stapeltje post van de tafel, en vist er een envelop uit. Ik volg de bewegingen van zijn verweerde werkmanshanden. Handen, die kunnen toveren met hout, die prachtige wandbekleding op al zoveel jachten heeft gemaakt. Ik houd van die handen, want ik weet ook hoe teder hij daar soms mee door mijn haren strijkt.

“We kregen gisteren een leuke kaart van een stel oude bekenden.”

Hij trekt de kaart uit de envelop. Ik rek mijn nek zoveel mogelijk om te zien wat erop staat, maar hij houdt de kaart zo, dat ik net niks kan zien.

Als hij zijn hand wegtrekt, zie ik de afbeelding op de voorkant. “Herken je dit?” vraagt vader.

Ik bestudeer de foto. Een prachtige tweemaster met volle zeilen op een blauwe zee. “Eh… ja, dat schip komt me inderdaad bekend voor. Even denken…”

Die boeg, de gekleurde bies net boven de waterlijn, ik weet zeker dat ik dat eerder heb gezien. Ineens weet ik het. “Dat is het schip van Leon en Marie! Op dat schip heeft u een hele tijd gewerkt, en toen het klaar was, hebben we er een zeiltocht mee gemaakt. Klopt hè?” Vader knikt. “Goed geraden.”

“Dat was nog eens een goede tijd, hè? Daar heb ik Dexter ontmoet, enne… Maar wacht eens… waarom sturen ze nu een kaart? We hebben al maanden niks van hen gehoord. Ze maakten toch een tocht naar het Noorden? Zijn ze terug in Nederland?”

Vader leunt achterover in zijn stoel en neemt met een genietend gezicht een slok koffie. “Ah, zo’n bakkie doet je goed, vind je ook niet?”

“Pap! U zit te rekken. Kom op, wat schrijven ze? Gaat het goed met hen?”

Ik voel een tinteling in mijn buik, want uit heel vaders houding blijkt dat er iets bijzonders in die kaart moet staan. “Wat ze schrijven? O, niet zoveel bijzonders hoor. Ze zijn inderdaad alweer een paar weken terug in Nederland. Ze liggen nu in Breskens.”

“Echt? Dat is hier aan de overkant. Gaan we ze een keer opzoeken? Dat lijkt me echt leuk!”

Vader speelt wat met de kaart in zijn vingers. “Nou, weet je, er is wat met Marie. Ze moet binnenkort geopereerd worden, hier in Vlissingen. Dus over een weekje steken ze over, en komen ze een poosje in Het Dok afmeren.”

“Echt? Wat leuk! Nou ja, niet voor Marie dan natuurlijk. Wat heeft ze? Is het ernstig?”

Vader haalt zijn schouders op. “Iets met vrouwenzaken, volgens mij. Niet heel ernstig, maar wel hoognodig, schrijft ze.”

Ik glimlach. Marie… ik heb zelden zo’n aardige, hartelijke vrouw ontmoet. Ik denk terug aan onze eerste ontmoetingen. Hoe ze mij uit mijn geldproblemen had gered door me te vragen of ik haar wilde helpen het schip schoon te maken voordat ze weer op een lange trip zouden gaan. Door dat baantje kon ik uiteindelijk toch mee op werkweek naar Engeland. Marie, die in die moeilijke tijd als een soort moeder voor me was geweest. Die me begreep, vaak zonder dat ik iets had gezegd.

“O, en er is nog iets, maar ik denk dat Leon en Marie dat liever zelf aan je vragen.”

Ik span mijn spieren en probeer met een snelle beweging de kaart uit vaders handen te grissen. Maar helaas, hij heeft me door en trekt bliksemsnel de kaart weg.

“Ha, mis poes!”

“Pap, u bent gemeen! Alstublieft, vertel gewoon wat er nog meer in staat!”

Hij vouwt de kaart zorgvuldig dicht, stopt hem terug in de envelop en steek deze in de zijzak van zijn werkbroek.

“Nope. Geduld, jongedame. En je weet, dat is niet jouw sterkste kant.”

Ik loop naar de boordinstrumenten en trek de microfoon van de haak. “Ik roep ze gewoon op met de marifoon. Dan vraag ik het henzelf.”

Vader schudt zijn hoofd. ‘Nee, dat doe je niet, Loïs Blijleven. Je wacht gewoon netjes af. Over een dag of wat komen ze vanzelf langszij. Ga liever strijken, dat zou je vanmiddag al doen, weet je nog?’

Ik staar met enige afschuw naar de volle wasmand. Als ik ergens geen zin in heb, dan is het wel in strijken. Ik had stiekem gehoopt dat Sjanet dat zou doen als ze vanavond zou komen.

“Pap, komt Sjanet nu morgenavond?”

Hij schiet in de lach. “Wat ben jij toch een open boek, meisje! Ik weet precies waarom je daar opeens naar vraagt!”

Zuchtend klap ik de strijkplank uit, en zet hem met een harde klap op de vloer van de kajuit. “Wanneer gaan jullie eigenlijk trouwen?” vraag ik. Vader onderwerpt ineens zijn nagels aan een nauwkeurig onderzoek en kijkt me niet aan. “Trouwen…? Ach meis, daar hebben we het nog niet zo over, hoor.”

“Waarom niet? Volgens mij wil ze best. En u toch ook? Dus wat let jullie?”

Vader bijt op zijn onderlip. “Tja… goed, ik zou het best wel willen.” Hij wijst om zich heen. “Maar ik kan toch niet van Sjanet verlangen dat ze haar mooie verpleegstersbaan opgeeft om hier aan boord te komen wonen en steeds na een paar maanden weer naar een andere omgeving te moeten verkassen?” “Waarom niet? Heeft u het weleens aan haar gevraagd dan?

Of ze dat een bezwaar vindt, bedoel ik. Voor verpleegkundigen is altijd en overal werk, toch? Dan maakt het echt niet uit waar we liggen.”

Nu kijkt hij me wel aan. “En jij, Loïs? Hoe zou jij dat vinden, een nieuwe vrouw voor mij?”

Ik slik even. Dit is iets waar ik al lang over heb nagedacht. Geprobeerd heb me voor te stellen hoe dat moet zijn.

“Als u maar gelukkig bent, pap. Misschien ben ik over een paar maanden wel weg, studeer ik in Amsterdam of Gent ofzo en ga ik daar op kamers. Dan bent u altijd maar alleen op de Courage.” Hij haalt zijn hand door zijn grijs wordende haar. “Ik weet het, lieverd. Maar het is zo’n grote stap. Ik eh… stel nou dat ze nee zegt.”

Nu schiet ik in de lach. “Pap! Die vrouw is stapeldol op u, dat ziet iedereen van kilometers afstand. En volgens mij is dat wederzijds!”

“Dus jij vindt dat ik…”

“… haar ten huwelijk moet vragen? Hm… misschien moeten jullie het er gewoon eens open en eerlijk over hebben hoe zij haar toekomst voor zich ziet, en of ze bereid zou zijn hier aan boord te komen wonen.”

Ik kijk hem even schalks aan. “Of dat u misschien bereid zou zijn ergens aan de wal te gaan wonen, en timmerman worden bij een of andere plaatselijke aannemer.”

Vader blaast zijn wangen bol en laat zachtjes de lucht eruit ontsnappen. Dan schudt hij langzaam zijn hoofd. “Hoe gek ik ook op haar ben, ik geloof niet dat ik dat offer zou kunnen opbrengen.”

Ik kijk hem begripvol aan. “Snap ik helemaal, pap. Ik zie mezelf ook niet direct in een saai rijtjeshuis ergens in een stadje wonen.”

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 januari 2026

Daniel | 36 Pagina's

Loïs in zwaar weer

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 januari 2026

Daniel | 36 Pagina's