JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Loïs in Zwaab Weer

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Loïs in Zwaab Weer

6 minuten leestijd

Ik zit op het puntje van de steiger en wiebel wat met mijn blote voeten. Met mijn tenen kan ik net het water raken, en maak kleine golfjes. Ik zit hier graag. Vooral ’s avonds, als de zon langzaam achter de horizon verdwijnt. Vanavond is er helaas weinig van de zon te zien. Aan de overkant van het water zie ik het enorme, extravagante zeejacht waar vader sinds een paar maanden op werkt. Het waren een paar moeilijke maanden geweest na de dood van mama.

Ach mama…. Na de begrafenis heb ik maar een paar keer haar graf bezocht. De begraafplaats is hier te ver vandaan om er vaker te komen. De laatste keer was er een mooie, dieprode zerk van natuursteen op geplaatst. “Hier rust mijn lieve vrouw en moeder, Loïsah…” Ik heb zo’n bezoek ook eigenlijk niet nodig. Zonder dat denk ik vaak genoeg aan haar. Vanuit de school waar ik toen op zat, was me aangeboden mee te doen in een groepje met leerlingen die ook een ouder hadden verloren. ‘Omgaan met rouw en verdriet in de klas’ noemden ze het. Eerst had ik geweigerd, zag er de zin niet van in om met anderen te praten. Maar toen kort daarna mijn cijfers aan een vrije val begonnen, leek het vader toch wel raadzaam dat ik gehoor gaf aan de inmiddels vrij dringende wens van mijn mentrix om me voor die groep op te geven.

En, eerlijk is eerlijk, het heeft me goed gedaan. We waren met z’n vijven, inclusief de begeleider. Twee jongens en twee meiden. Ik heb enorm respect gekregen voor de manier waarop de begeleider, Ina heette ze, die sessies heeft geleid. Tijdens die bijeenkomsten is mijn interesse in een studie hulpverlening dan ook ontstaan. Het lastige is alleen, dat ik daarnaast nog zoveel andere dingen interessant vind, en dat daarnaast keuzes maken niet mijn sterkste kant is.

In de verte hoor ik de klok van de Sint Jacobskerk slaan. Ik tel de slagen. Acht uur. Met een zucht hijs ik me overeind. Het wordt nu snel frisser, en ik heb trek in een bak sterke koffie. Zou vader het al gezet hebben? Vast wel, want Sjanet zou vanavond komen. Even voel ik een heel klein steekje van jaloersheid. Sinds vader met Sjanet contact heeft – en die contacten worden volgens mij met de maand inniger – lijkt de band tussen ons wat minder diep te worden. O, ik gun het vader van harte. Echt waar! Hij heeft de afgelopen jaren zoveel in zijn eentje moeten opknappen, een vader en moeder tegelijk zijn voor mij. Ik zie aan zijn gezicht hoe blij hij is als Sjanet een avondje komt. Helaas voor hem woont ze nogal ver weg. Maar ja, dat is ook een beetje zijn eigen schuld. Want zijn nieuwe klus voor Damen Shipyard heeft ook als gevolg gehad dat we helemaal naar Vlissingen moesten verkassen met de Courage, het schip waarop ik samen met vader woon. Tja… dat is nu eenmaal het leven van een scheepstimmerman die zich als zzp-er verhuurt.

Ik loop op m’n gemakje de steiger af in de richting van de Courage. We liggen in Het Dok, een kleine haven waar vader een mooi plekje heeft weten te bemachtigen. Als ik de kajuit binnenstap, kijk ik verbaasd rond. “Is Sjanet er nog niet, pap?” Hij schudt het hoofd, en er glijdt even een verdrietige trek over zijn gezicht.

‘”Pap… wat is er? Het is toch niet eh… ik bedoel, jullie hebben toch geen ruzie of zo?”

‘’Wat... ruzie? Nee hoor. Maar ze appte net dat ze het niet gaat redden. Het is onverwacht heel druk op de afdeling, ze kan niet weg.”

“Ze werkt nu toch op de kraam?” vraag ik. “Veel baby’s in aantocht, blijkbaar?”

“Zoiets ja. Bakkie, Loïs?” Hij houdt de koffiekan omhoog. “Graag pap.”

‘Nog nieuws van Dexter?” vraagt hij, terwijl hij inschenkt. “Ja, we hebben vanavond nog even gebeld. Hij heeft het erg naar zijn zin, daar in Berlijn, zei hij.”

Vader grinnikt. “Ja? En er zijn ook vast veel leuke, beeldschone studentes daar?”

Ik geef hem een stompje tegen z’n schouder. “Niet leuk, pap! Ik vind het al moeilijk genoeg dat hij een jaar weg is.”

“Nu we het toch over studeren hebben, lieve dochter… misschien een goed moment om het over jou te hebben?” Ik slaak een diepe zucht. “Moet dat echt, pap?”

Hij knikt. “Je hebt het al veel te lang uitgesteld, Loïs. Je hebt je nu bij, wat was het, drie opleidingen ingeschreven? Ik denk dat je zo onderhand je keuze moet maken.”

Ik blaas over de hete koffie, en neem voorzichtig een slokje. Vader heeft gelijk, ik moet echt gaan kiezen. Wat moet het worden? Psychologie? Lijkt me super interessant om te studeren, maar eigenlijk zie ik mezelf nog niet als psycholoog ergens in een suf klein kamertje zitten en daar dag in dag uit de huis-tuin-en-keukenprobleempjes van huisvrouwen aan te horen. Criminologie dan? Ook een heel boeiend vakgebied, waar je veel kanten mee op kunt. Vooral het stukje forensisch onderzoek lijkt me wel wat. Of toch die andere, Marine Sciences in Wageningen? Ik ben daar vorig jaar met Dexter op de open dag geweest, en weet nog hoe enthousiast ik daarvan terugkwam. De student die ons rondleidde, verwoordde het prachtig. “Elke student hier heeft zijn eigen connectie met de oceaan. Dat maakt ons allemaal heel gepassioneerd en gemotiveerd.” Niet dat ik nou zo’n innige band met de zee heb, maar ik heb wel het grootste deel van m’n leven op het water gewoond, en mijn grote droom is nog steeds een keer een reis rond de wereld te maken. Ik weet ook wel dat die droom waarschijnlijk niet snel, of misschien wel nooit, zal uitkomen.

Ik gooi mijn armen in de lucht. “Ik weet het gewoon niet! Wat vindt u dan het beste bij mij passen, pap?”

Hij schudt resoluut zijn hoofd. “Nee Loïs, ik ga niet voor je kiezen. Ik wil je graag helpen alles op een rijtje te zetten, de voordelen en nadelen naast elkaar te zetten, maar de keuze is aan jou.”

“Nou, lekker dan! En als ik nou verkeerd kies, en er na een paar maanden achter kom dat die studie echt totaal niet bij mij past? Ik kan beter gewoon lekker een tussenjaar nemen. Dan heb ik nog een heel jaar om erover na te denken.”

Tot mijn verbazing reageert vader nauwelijks op die opmerking. De vorige keer dat ik die optie noemde, was hij heel resoluut. Geen sprake van, dan komt er niets meer van studeren, was zijn reactie.

“En wat dacht je in dat tussenjaar te gaan doen dan? Een heel jaar lanterfanten?”

“In Rotterdam op de watertaxi gaan werken?” antwoord ik met een grijns. “Dan heb ik niet voor niks het afgelopen jaar m’n vaarbewijzen en marifooncertificaat gehaald.”

Vader glimlacht een beetje geheimzinnig. “Als je echt een tussenjaar overweegt, dan weet ik misschien wel een leuke uitdaging voor je.”

Ik ga met een ruk overeind zitten. “Echt? Wat dan?”

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 januari 2026

Daniel | 36 Pagina's

Loïs in Zwaab Weer

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 januari 2026

Daniel | 36 Pagina's