Kijken naar mensen
Het is koud voor de tijd van het jaar. Toch wil mijn tante graag naar de stad. Want ze heeft kleren nodig. Ik doe een rondedansje van blijdschap. Want als mijn tante gaat winkelen, mogen mijn oma en ik altijd mee. Nu ook weer.
“Kijk, oma, moet je die vrouw daar zien.”
Aan de overkant van de winkelstraat loopt een mevrouw met twee verschillende kleuren laarzen, een oversized jas, twee knotjes in haar haar en een enorme haarband van bloemetjesstof. Haar fiets heeft ze aan de hand, want je mag hier natuurlijk niet fietsen. Die fiets is bijna net zo druk versierd als de vrouw zelf.
Wat kijken we onze ogen uit, mijn oma en ik. We zijn samen op een bankje gaan zitten, want mijn tante wil graag elke winkel in en nog erger: kleren passen en dat zijn mijn oma en ik een beetje zat.
Als ik even later weer iemand aanwijs, een meneer op stelten en met een hoge hoed, hoor ik mijn oma diep zuchten. Ik draai mijn gezicht naar haar toe, en dan zegt ze:
“Ja kind, het zijn allemaal mensen met een ziel. Een ziel voor de eeuwigheid.”
“Oh…” zeg ik, en daarna ben ik even stil. Opnieuw kijk ik naar al die voorbijlopende, winkelende mensen. Maar wel anders…
Hoe kijk jij naar de mensen om je heen?
P.S. Deze column is al van veel jaren geleden, net als de column over dat ik zwanger was ��
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 januari 2026
Daniel | 36 Pagina's