‘Oud en nieuw’
Verhalenwedstrijd
Onze verhalenwedstrijd rond het thema ‘Oud en Nieuw’ leverde een prachtige verzameling inzendingen op. Wat fijn om te zien hoeveel schrijftalent er schuilt onder jullie.De 12-jarige Lize uit Kesteren schrijft met veel plezier verhalen, en haar inzending hebben we gekozen om te publiceren in dit laatste nummer van het jaar. Alle andere deelnemers willen we van harte bedanken voor hun bijdrage. Blijf vooral schrijven, want verhalen zijn het waard om doorverteld te worden. En wie weet, misschien komt er nog eens een vervolgverhaal van één van jullie in te staan. Ga zo door!
Langzaam fietsen Levi en Tessa naar huis. “Het was echt saai vandaag,” zucht Levi.
“Kijk, daar is ons oude huis,” zegt Tessa. Ze wijst naar de mooie oude boerderij aan het eind van de weg. De stenen zijn verweerd, het dak bedekt met mos, maar voor hen ziet het er nog steeds uit als thuis.
“Ik wou dat ik er nog woonde. Jij?” Ze kijkt even naar haar tweelingbroer. “Ja,” zegt Levi en knikt hard. “Waarom moesten we zo nodig verhuizen? Zo onnodig!” Zijn stem klinkt boos en een beetje hard.
Een kwartiertje later zijn ze eindelijk thuis.
“Ha!” Moeder staat al in de keuken te wachten. “Willen jullie thee?”
De tweeling knikt. Dat lusten ze wel.
Even later zitten ze met thee en een koekje aan de keukentafel.
“Hebben jullie een leuke dag gehad?” vraagt moeder.
“Nee, niks aan,” zeggen Levi en Tessa tegelijk.
“Waarom niet?” vraagt moeder verbaasd. “We willen naar ons oude huis. We willen geen nieuw huis,” zegt Tessa zacht. Moeder zucht even. “Ik snap dat het wennen is. Maar dit huis wordt straks ook jullie thuis. Echt waar.”
Levi kijkt naar zijn mok. De thee is al bijna koud. “Dat zegt u al tweeënhalf jaar,” mompelt hij, “maar het voelt niet zo.”
Die avond ligt Tessa wakker. De kamer ruikt anders, een beetje naar verf en nieuw hout. Het is stiller dan vroeger, zonder de oude kastanjeboom voor het raam. Ze hoort haar broer draaien in het bed naast de muur.
“Levi?” fluistert ze.
“Ja?”
“Zullen we morgen even gaan kijken bij het oude huis?”
“Mag dat dan?”
“We hoeven het niet te zeggen.”
Levi glimlacht in het donker. “Oké.”
De volgende middag fietsen ze stiekem terug. De lucht is grauw, de wind blaast hard door hun jassen.
Als ze het pad oprijden, blijft Levi plotseling staan. “Kijk…”
Het hek hangt scheef, het gras staat hoog en de ramen zijn dichtgetimmerd. Er hangt een bord: Te koop.
“Het lijkt wel verlaten,” zegt Tessa zacht. Ze loopt langs het hek en kijkt door een kier.
De bloemenperken waar moeder altijd lavendel plantte, zijn overwoekerd met onkruid. De oude schommel hangt nog aan de boom, maar één touw is gebroken.
“Weet je nog,” zegt Levi, “hier speelde ik met Sam met de waterpistolen.”
“Ja,” lacht Tessa. “En ik viel daar in de modder. Jij lachte me toen uit.”
“Dat was grappig,” zegt hij, en even lijkt alles weer als vroeger.
Ze lopen een stukje om het huis. Achter het raam van wat ooit hun kamer was, zien ze hun spiegelbeeld: twee kinderen die zijn gegroeid, maar nog steeds iets missen.
“Zou er ooit weer iemand komen wonen?” vraagt Tessa.
“Vast wel,” zegt Levi.
“Misschien kinderen die hier ook fietsen en theedrinken met koekjes.”
Levi glimlacht, maar zijn ogen blijven op het huis gericht.
Dan horen ze een auto aankomen. Een vrouw stapt uit, met een stapel papieren onder haar arm. Ze kijkt verrast als ze hen ziet.
“Hallo!” roept ze vriendelijk. “Zijn jullie geïnteresseerd in het huis?”
Levi en Tessa kijken elkaar verschrikt aan.
“Eh, nee,” stamelt Tessa. “We… we woonden hier vroeger.”
“O, wat bijzonder!” zegt de vrouw. “Dan kennen jullie het goed. Ik ga het verkopen. Het is een prachtig plekje, hè?”
“Ja,” fluistert Levi. “Het was ons thuis.” De vrouw glimlacht begrijpend. “Huizen zijn maar muren en daken,” zegt ze.
“Maar de herinneringen… die blijven van jullie.”
Op de terugweg is het stil. De zon staat laag en kleurt de lucht goud.
“Misschien is het goed dat er nieuwe mensen komen,” zegt Tessa ineens. “Hoezo?”
“Dan wordt het huis niet meer zo leeg. Dan is er weer leven. ”
Levi knikt langzaam. “Misschien wel. Dan wordt het weer een thuis.”
Thuis ruikt het naar soep. Moeder roept dat het eten klaar is.
Aan tafel vraagt ze: “En? Hoe was jullie dag vandaag?”
De tweeling kijkt elkaar even aan. “Best goed,” zegt Tessa.
“Ja,” vult Levi aan. “We waren bij het oude huis.”
Moeder kijkt op, een beetje verbaasd. “O ja? En hoe was dat?”
“Leeg,” zegt Tessa. “Maar mooi. En… het is goed zo.”
Moeder glimlacht. “Zie je wel? Soms moet oud even plaatsmaken voor nieuw.”
Na het eten helpt Levi met de afwas. Tessa hangt nieuwe tekeningen op de koelkast: een huis met twee ramen, een boom en een fiets voor de deur.
“Kijk,” zegt ze. “Dit is ons huis nu.” Levi kijkt even naar de tekening, dan naar de kamer om zich heen. Het ruikt naar soep, naar koekjes, naar thuis.
Hij glimlacht. “Ja,” zegt hij zacht. “Oud en nieuw.”
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 december 2025
Daniel | 44 Pagina's