JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Eén ding weet ik

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Eén ding weet ik

6 minuten leestijd

Bram leest met zijn moeder uit de Bijbel voor Steven. Terwijl zij terughoudend reageert, wordt Bram juist nieuwsgierig. Wanneer Steven thuiskomt met een ordner vol familiepapieren, ontstaat spanning: hij heeft een brief van hun overleden oma gevonden. De brief spreekt over Gods liefde en zoeken naar Hem, wat verborgen familiegeschiedenis en oude wonden blootlegt.

meneer, uw koffie”, zegt Meijer. Hij overhandigt Bram het glas. Dan leunt hij “Alstublieft, achterover. “Echt, je doet het goed. Ik kan niet anders zeggen. Voorbeeldige leerling. Maar, nog even over de familie van je moeder: frappant. Inderdaad ook uit Middelburg, waar mijn vrouw vandaan komt. Een Joodse overgrootvader nog wel; de wereld is klein. Klinkt als een cliché, maar zet twee mensen bij elkaar en binnen drie minuten hebben ze een gemeenschappelijke kennis.”

Bram knikt, hij neemt een klein slokje. Hij laat zijn ogen over de dakkapel glijden en dan naar beneden. Daar ergens achter de ramen bevinden zich zussen die geen tweeling zijn. Een broertje zonder lichaamskrachten.

En het gebeurt. De achterdeur gaat open en daar verschijnt een meisje. Het lijkt meer een jonge vrouw, in die grijsblauwe mantel, of hoe je zoiets ook noemt. Ze pakt haar fiets uit de schuur – halverwege de grote tuin – en komt naar hen toe. Onmiskenbaar is het Naomi. Bram herkent haar loopje, het kritische streepje in haar voorhoofd, de gereserveerde houding. En toch vindt hij haar prachtig. Hij vergeet adem te halen. Natuurlijk is het moment dat zij met haar fiets weggaat niet toevallig, maakt hij zichzelf wijs.

“Hallo Abraham”, zegt ze, een beetje vanuit de hoogte. “Hoe weet jij nu weer mijn doopnaam?” zegt hij verbaasd. Ze glimlacht ineens. “Die weet ik niet. Ik zei zomaar wat.” Ze tast in de binnenzak van haar mantel. Ze draagt een zandkleurige trui, ziet Bram. Hij kent werkelijk geen enkel ander meisje dat er zo… zo gaaf uitziet. En het lukt hem maar niet om zijn ademhaling redelijk onder controle te krijgen.

“Hebbes”, zegt ze. “Voorzichtig, het mag niet kreuken. Hier is een kaartje van mijn zusje. Heeft ze zelf gemaakt. Of je dit aan Steven wilt geven.”

Bram komt overeind en zet twee stappen naar haar toe. Haar ogen van dichtbij. Dat lichtbruine ervan, dat peilende, met toch ook die zachtheid. Hij steekt zijn hand uit en neemt het kaartje van haar aan. Vlug bekijkt hij de voor- en achterkant. Er staat niets op. Het is compleet wit, zonder tekst, onbedrukt.

“Huh?” zegt Bram. “Sorry, maar…”

“Wat!” reageert ze met een lach. “Ken jij je eigen broer niet eens? Rachel heeft met de grootste precisie allemaal bolletjes in dat papier zitten drukken. Daarom: niet knijpen, niet kreuken. Alleen je broer zal het kunnen lezen.”

“Aha”, zegt Bram opgelucht. “Braille. Wat grappig dat je zus dat heeft gedaan. Mijn eigen zusje Anneloes doet het ook weleens. Dan legt ze een briefje ergens neer, met een leuke of bemoedigende tekst erop. Ze heeft zo’n braille schrijflei, met een stylus om de puntjes te… graveren zeg maar.”

“Juist”, zegt Naomi. “Nou, Rachel heeft het zonder gedaan. Als je ’m wilt geven? Pa, ik ga even naar de apotheek, voor die dinges voor Jaïr. Gewoon verlengen toch?”

“Zeker”, zegt Meijer. Hij drinkt het onderste uit zijn glas en houdt het dan nog een tijdje als een glijbaan op zijn onderlip. “Doei”, roept Naomi nog een keer, als ze de poort uit is. Bram gaat weer zitten en kijkt naar de vissen, die baantjes trekken door het water. Het kartonnetje houdt hij tussen duim en wijsvinger.

“Net geheimschrift”, wijst Meijer. “Ze is er druk mee geweest. Ze heeft nog tien keer zoveel letters gemaakt als daarop staan. Dit is denk ik een soort samenvatting van al haar gedachten”, voegt hij er glimlachend aan toe. Dezelfde soort lach als zijn oudste dochter.

Bram houdt het kaartje voor zijn ogen. “Hm… het lijkt uiteindelijk maar één zinnetje. Of in elk geval een klein groepje woorden. Ik denk”, zegt hij, “dat het tien woorden zijn.”

“Tien woorden. Kan maar zo”, zegt Meijer. “Tien woorden… klinkt me vertrouwd in de oren. Zullen we weer?”

“Is goed, prima.” Bram drinkt de laatste slokken uit zijn glas en volgt Meijer naar de auto.

De motor pruttelt en hij rijdt achteruit. Hij draait de Golf in z’n vooruit de weg op en begint optimistisch aan de tweede helft. Even na vier uur parkeert hij de wagen langs de stoep, voor hun huis.

“Wat mij betreft, ben je geslaagd”, glimlacht Meijer. “Bedankt weer, voor de gezelligheid. Groetjes aan Steven, en je ouders, en zusje. Ik zie je graag volgende week, same time.”

Bram stapt uit en loopt voor de auto langs. Hij steekt zijn duim op naar Meijer, die nog even op de passagiersplek blijft zitten. Op het laatste moment wenkt Meijer hem. Bram loopt naar hem terug en wacht tot Meijer uitgestapt is.

“Bram”, zegt hij. “Misschien nog iets moois om in gedachten mee te nemen naar je familie. Onze rabbi zei het als volgt: “God roept ieder mens overeenkomstig zijn aard. Sommigen roept Hij fluisterend, anderen schreeuwt Hij toe. Het hangt er allemaal vanaf hoever ieder verwijderd is van zijn Schepper”.” Even voelt Bram een hand op zijn schouder, een zacht kneepje. Dan loopt Meijer voor de auto langs. Zijn gezicht heeft een peinzende en tegelijk zeer vriendschappelijke uitstraling.

“Dank u wel”, zegt Bram. Hij wacht tot Meijer wegrijdt en steekt nog een keer zijn hand op. Wat een opmerkelijke woorden. Bram probeert ze in gedachten te reproduceren. Het lukt wonderlijk goed. Hij neemt ze mee, naar binnen. Hij zal ze bewaren. Iedereen is er. Zijn vader zit aan de keukentafel. De geur van een werkdag hangt om hem heen. Waarschijnlijk heeft zijn pa vanaf middernacht tot een uurtje of twaalf gewerkt. Daarna moest hij nog terugrijden naar huis. Het lijkt Bram nog steeds helemaal niks, dat nachtwerk.

Steven zit op de bank, met Anneloes’ konijntje op zijn schoot. Zijn handen strijken telkens de oren glad naar achteren.

“Hoi Steven”, zegt Bram. “Ik heb hier een kaartje voor je. Je weet vast binnen tien tellen wat erop staat.”

“Oké”, reageert Steven verbaasd. “Voor mij? Een kaartje? Is het iets van school? Lag het op de mat?”

Bram geeft hem het kartonnetje en wacht nieuwsgierig. Steven legt het kaartje op zijn linkerhand. Zijn wijsvinger glijdt over de bobbeltjes. Dan glimlacht hij.

“Op zich geen geheim dit”, zegt hij. “Maar wel mooi. Ik denk dat het van Rachel is, klopt dat?”

“Ongelooflijk”, zegt Bram. “Nou, dan zal het wel een verwijzing zijn naar je pianospel.”

“Hm… nee”, zegt Steven. Hij gaat staan en zet een paar stappen richting Bram. “Ze schrijft: ’Eén ding weet ik, alsdan zullen blinde ogen opengedaan worden. Jesaja 35.’ Dat moet ik opzoeken. Jesaja is een profeet uit deel 1. Ik zal proberen te ontdekken wat het woordje alsdan betekent.”

Bram aarzelt. Dan zegt hij: “Speel je nog een keer dat lied van die blinde zanger?”

Steven reageert verheugd. “Zeker ga ik dat voor jou spelen. Ik speel het voor iedereen. Amazing Grace!”

Amazing grace! How sweet the sound,

that saved a wretch; like me!

I once was lost, but now I”m found,

Was blind, but now I see.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 december 2025

Daniel | 44 Pagina's

Eén ding weet ik

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 december 2025

Daniel | 44 Pagina's