JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Eén ding weet ik

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Eén ding weet ik

7 minuten leestijd

Tijdens een autorit vertelt rijinstructeur Meijer over zijn zoon Jaïr, die het Ehlers-Danlos syndroom heeft maar een groot muzikaal talent bezit. Meijer verliet de politie om voor hem te zorgen. Zijn vrouw verliet Meijer om zijn geloof. Thuis ontmoet Bram Jaïr en Meijers dochter Rachel, terwijl Steven ontroert met zijn pianospel van het Joodse volkslied Hatikwa.

Vrijdag na het vierde uur loopt Bram richting het fietsenhok. Weekeinde alweer. Vanmorgen heeft hij zich geërgerd aan sommige klasgenoten. Zo onwijs kinderachtig, en dan zit je in de bovenbouw. Al vaak heeft hij zich afgevraagd waarom hij er niet echt goed tussen past. Soms dacht hij het te weten. Gepest wordt hij niet, is ook nooit gebeurd. Ze laten hem met rust of zo, dat vooral, hij wordt niet echt gevraagd mee te lopen.

Op zich vindt hij de school prima, maar het zou al een beetje anders zijn als zijn broer er ook zat. Maar Steven gaat uiteraard naar zijn eigen onderwijsvoorziening, een cluster-1 school, VSO. Elke ochtend rijdt de taxi voor. Maar als Anneloes volgend jaar zijn school binnenstapt, dan is hijzelf alweer vertrokken, als alles volgens plan verloopt.

Hij fietst door een licht regentje naar huis, zet zijn fiets in de schuur en ziet zijn moeder aan tafel zitten. Ze zit kaarsrecht en ziet hem niet eens. Of… wat heeft ze? Ze steekt haar hand niet op. Hij gaat naar binnen en hangt zijn jas op. Met de punt van zijn ene schoen duwt hij de hak van de andere omlaag. Daarna wurmt hij nummer twee uit, zonder zijn veters los te maken. Met de rugzak in zijn hand stapt hij de keuken in en wipt zijn kin omhoog, zo van: “Hoi ma, wat is er?”

Haar gezicht is rood en haar anders zo vrolijke uitstraling is weg. Ze lijkt een ziek vogeltje. Op de tafel liggen twee A4-tjes, zo te zien op de kop, witte achterkanten. Althans, de papieren zijn niet echt wit, maar meer een soort zachtgeel, crème. Deftig papier, met een duur reliëf erin.

“Wat is dat?” vraagt hij.

Zijn moeder duwt twee vingers tegen haar voorhoofd en knijpt haar ogen dicht. “Steven is naar een vriend van hem”, zegt ze verward.

“Maar ik vroeg wat dit zijn”, herhaalt Bram. “Mam! Wat is er nu? Ik kom net uit school. Daar was niks aan. Kom ik thuis, en kijk, vind ik mijn moeder in shock. U kunt toch wel even groeten en vragen hoe het met mijn Engelse grammatica ging? Dat ging prima, moet ik zeggen.” Hij trekt de papieren naar zich toe en draait ze om. Na een paar tellen kijkt hij geschrokken naar zijn moeder. Grote druppels rollen langs haar wangen, blijven aan haar kin hangen, vallen op de tafel.

Dan staart hij opnieuw naar de papieren. Het ene is van Steven, het andere van hemzelf. Hij heeft ze nog nooit gezien. Op beide vellen staan data, handtekeningen en prachtig gekalligrafeerde namen.

“Ik begrijp echt niet hoe hij ze gevonden heeft.”

“Wie?” Bram staart vol verbijstering naar de keurige A4-tjes. “Steven?”

“Het bestaat niet”, gaat ze verder. “Ze lagen op zolder in een ordner. Iemand moet hem geholpen hebben. Iemand moet hem hebben verteld wat erop staat. Anders had hij deze nooit zo voor mijn neus kunnen neerleggen.”

Bram ploft op de stoel, schuin tegenover zijn moeder. Hij trekt zijn A4 naar zich toe en kijkt naar de datum, 10-02-2003. Een zondag.

“Ik heb net een kort gesprekje met Steven gehad”, zegt zijn moeder. “En nu voel ik me diept geraakt. Hij legde deze doopbewijzen voor me neer. Toen zei hij: “Eén ding weet ik, dat ik blind was, en nu zie”. Ik schrok vreselijk, want ik herkende zijn woorden. Het was of ik mezelf ineens als klein meisje in een kerkbank zag zitten. Maar ik begon te protesteren en te zeggen dat hij daar maar beter niet aan kon beginnen, aan zulke filosofieën. En toen zei hij: “Wilt u ook Zijn discipel worden?” En nu blijven die woorden continu in mijn hoofd ronds-uizen. Ik weet niet wat ik moet doen. En ik vind het zo vreselijk ineens dat Anneloes niet gedoopt is.”

Ze slaat haar handen voor de ogen. Haar schouders schokken, maar Bram hoort geen geluid. Het lijkt of ze stikt in haar tranen. Hij zit daar maar, zonder te weten wat hij moet doen. Het brengt hem in verwarring om zijn moeder zo in paniek te zien. Moet hij nu opstaan en zijn moeders rug wrijven? Een jongen van bijna zeventien? Hij gaat een glas pakken en vult het bij de kraan met een dun straaltje water. Dan zet hij het glas bij zijn moeder op tafel. Hij aarzelt, maar schuift er dan toch ook maar een doosje tissues naast.

Hij kijkt op de klok. Het is bijna 13.00 uur. Eigenlijk heeft hij wel zin in een paar boterhammen.

“Heeft u al gegeten?”

Ze schudt bijna onmerkbaar haar hoofd. Dan kijkt ze tussen haar vingers door om te zien wat hij voor haar neergezet heeft.

“Dusss”, zegt hij langzaam. “Dus ik ben gedoopt. Wat is dat eigenlijk precies? Je gaat dan toch niet echt onder water? Volgens mij heb ik weleens gehoord, dat ze wat water op je voorhoofd druppelen. Klopt dat?”

Zijn moeder trekt een, twee, drie tissues uit de doos en snuit haar neus. Dan staat ze op, gaat naar het toilet en komt terug. Ze drinkt een paar slokken uit het glas.

“Ik heb niet gegeten. We kunnen wel samen lunchen. Anneloes komt voorlopig nog niet en pa ook niet. Steven blijft tot het eind van de middag weg. Trouwens, hij zei niet eens welke vriend, dus ik weet amper waar hij echt uithangt. Wat weet ik toch weinig van hem. Komt hij ineens met jullie doopbewijzen aanzetten! Ik herinner me nog dat pa op luchtige toon voorstelde om ze weg te gooien. Dat was toen ik definitief besloot om niet meer naar de kerk te gaan. Je vader ging al nooit. Hij zat tot over zijn oren in het werk bij DAF, en maar trucks maken, zeven dagen per week, dag en nacht. Nee sorry, ik overdrijf.”

Bram pakt het kleine lichtroze tafelkleedje en wappert het uit, tussen hen in. Hij moet wat te doen hebben. Er zit dus iets aan zijn voorhoofd, een soort teken. Hij heeft feitelijk geen idee wat het is. Ongelooflijk. En bij Steven ook.

Met rustige bewegingen plaatst hij alle benodigdheden op tafel. Hij zet thee en haalt de dekseltjes van de boter, de salade en de humus. Hij smeert voor zichzelf een snee brood en belegt die met plakken kaas en plakjes komkommer.

“Steven is laatst een keertje naar de kerk geweest, hè”, zegt hij dan.

“Echt?” Zijn moeder fronst zo, dat hij vreest dat ze opnieuw in tranen zal uitbarsten. Tot zijn verbazing smeert ze jam op haar brood, waarna ze er een beetje hagelslag op wil doen.

“Mam!” roept hij. “Kijk nou wat je van plan bent! Wat heb je daar in je handen? Je hebt jam, geen pindakaas.”

Ze staart afwezig naar het pak hagelmix. Bram voelt dat hij een geintje zou moeten maken om de sfeer wat te ontspannen. Maar hij heeft geen idee.

“Momentje”, zegt hij. In plaats van een leuke opmerking te maken loopt hij naar boven. Hij trekt vlug de zoldertrap omlaag. Het kost hem maar weinig tijd om het Bijbeltje te pakken.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 november 2025

Daniel | 36 Pagina's

Eén ding weet ik

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 november 2025

Daniel | 36 Pagina's