JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Eén ding weet ik

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Eén ding weet ik

6 minuten leestijd

Bram stopt bij een benzinepomp. Terwijl hij tankt, raakt Meijer in gesprek met een groepje jongens. Dat de jongens niet de beste bedoelingen hebben, is wel duidelijk.

“Hé Bram”, wijst Meijer. “Daar verderop zie je een Texaco. Kijk daar, rechts, die dikke rooie letters. Laten we tanken. Moet je ook een keer gedaan hebben.”

Bram knikt. “Maakt het nog uit welke kant?”

“Niet bijster veel. Als je ‘m helemaal links zet, even doorrijden naar de tweede pomp en dan zo mikken dat jouw tankdorp niet te ver van de slang zit. Vullen we hem met groen, Euro 95. Dat mag jij ook doen. Ik zal pinnen, dan blijft het voor jou nog een beetje leuk”, voegt hij er met een glimlach aan toe.

Bram checkt zijn spiegels, geeft richting aan en laat de Volkswagen rustig langs de pomp rollen. Hij kijkt in de rechterspiegel, rijdt voorzichtig iets verder en trapt dan op het rempedaal.

“Correct”, zegt Meijer. ‘Even ontgrendelen, de tankdop. Ja, die knop. Mooi, gaan we naar buiten. O, trouwens, schenk die jongens daar niet te veel aandacht.”

Nu pas ziet Bram ze staan: vier jonge kerels, donker getint. Twee van hen dragen hoodies, eentje een zonnebril. Nummer vier is redelijk herkenbaar, waarschijnlijk een Noord-Afrikaan. Bram loopt achter de auto langs en trekt het klepje opzij. Dan draait hij de dop naar links en laat hem aan het rubberen draadje bungelen. Meijer is ook uitgestapt en laat zijn portier dichtvallen. Hij leunt met zijn rug tegen de auto en knipoogt naar Bram. “Ik ga zo binnen betalen, achteraf.” Terwijl Bram het tankpistool in het gat wurmt, ziet hij de vier jongens staan roken. Ze hebben twee scooters achter zich geparkeerd, ongetwijfeld om de banden op te pompen.

Hij vestigt zijn blik op de prijs. Die stijgt flink sneller dan het aantal liters. Niet echt een verrassing natuurlijk, maar toch. Na nog twee blikken tussendoor op de smokende jongens, valt hem iets op. Het lijkt er sterk op dat ze het over hen hebben. Alle vier staan ze nadrukkelijk hun kant op te kijken, beetje lachend en ondertussen dingen tegen elkaar zeggend. “Jona, bijt je tong af”, hoort hij zijn instructeur zachtjes mompelen. “Beheers je, ze zijn erop uit. Ze ruiken bloed. Dat bloed is nog steeds niet Arisch, nee.”

Bram voelt zijn ademhaling versnellen. Wat is er aan de hand? Meijer heeft zijn blik al die tijd van hem afgewend. Hij doet duidelijk geen moeite om de jongens te negeren. En op dat moment komen ze alle vier dichterbij.

Meijer draait zijn hoofd opzij naar Bram. “Ga maar door tot-ie stopt, je zult dan een litertje of vijftig binnen hebben. Let maar niet op mij.”

Bram richt zijn aandacht op de euro-teller. Zojuist is het bedrag al boven de 100 euro gestegen. Echt goedkoop is het allemaal niet.

Hij kijkt weer over zijn rechterschouder. De vier staan nu in een boogje naast elkaar, niet ver van de voorbumper van de lesauto. Ze lachen en hebben allemaal hun peuken weggeschoten.

“Jullie moeten nog ver gassen, zeker?” zegt de jongen met de zonnebril.

Bram ziet dat er een schok door Meijer heen gaat. Zijn vuisten ballen zich. Meijer trapt met de hak van zijn linkervoet hard achteruit tegen de autoband. Hij zuigt met kracht zijn wangen naar binnen en schudt zacht zijn hoofd. “Andere wang”, lispelt hij. “Andere wang. Zegen ze. Jezus zweeg stil.” Kloenk, zegt het tankpistool. Bram knijpt hem opnieuw in en doet er nog een klein beetje bij, en nog iets. Intussen denkt hij snel na. Wat gebeurt hier eigenlijk?

“Wat zegt-ie allemaal?” roept een van de jongens met hoodie. Ze komen nog dichterbij. Bram schuift het tankpistool terug in de houder en draait de dop rechtsom tot hij ratelt. Dan duwt hij het klepje dicht.

De meest zichtbare van de jongens zegt zonder een zweem van belangstelling: “Zo jongen, zit er weer 6 miljoen liter in?” “Je beoordelingsvermogen is niet op orde”, zegt Meijer zonder emotie. Hij kijkt naar het dak van het Texaco-station en sluit zijn ogen. “Dit is niet een tank van 6.000.000 liter. Dan zou de auto er toch echt anders uitzien.”

De jongen lacht. Het klinkt onaangenaam, zonder greintje echt plezier. Bram begint te twijfelen. Met dit soort gasten moet je helemaal niet in gesprek. Hopelijk is Meijer zo verstandig.

De vier bewegen tegelijk naar voren en komen zo dichtbij staan dat Meijer er eentje aan de kant zou moeten duwen om te gaan betalen. De jongen met de zonnebril staat vlak voor hem, zonder zichtbare ogen. Brams hart roffelt tegen zijn borstkas. Dit kan niet waar zijn; gewoon bij een benzinepomp. “Luister”, zegt de jongen. “Ik wéét dat jullie soort goed kan rekenen, geldprofeet.”

Meijer draait zijn hoofd en kijkt Bram even aan. Huh? Ziet Bram het goed? Zag hij nu werkelijk iets van pretlichtjes in die zachte, bruine ogen? Ogen die zeggen: “Het komt goed. Meijer schuift wat opzij, trekt het portier open en buigt zich naar het dasboardkastje. Dat klikt open en hij rommelt tussen de papieren die daar liggen. Er komt een mapje tevoorschijn, zo groot als een half A4-tje. Meijer bekijkt het even. Bram ziet dat er een foto op staat.

“Mannen”, zegt hij, terwijl hij de foto omdraait naar de jongens. “Dit is mijn vriend Levi, en dit”, zijn vinger verschuift naar de andere man op de foto, “dit is Abdullah, de vriend van Levi, te gast op zijn trouwfeest. Levi is onlangs getrouwd. Er waren 1500 mensen op zijn bruiloft. Abdullah, die met de witte keffiyeh om zijn hoofd, zegt: ‘Het zal nog wel even duren voor we elkaar allemáál accepteren, maar het gaat steeds beter.’ Met ‘we’ bedoelt hij onder andere jullie. Het filmpje van het moment dat Levi en Abdullah samen dansen op Levi’s bruiloft is meer dan een miljoen keer bekeken, maar zo te merken nog niet door… iedereen.”

Bram houdt zijn adem in. Hij ziet dat alle vier de jongens zich hebben laten verleiden naar de foto te kijken en naar Meijer te luisteren. De jongen met de zonnebril kijkt naar links en rechts. Dan, met een ongelooflijke snelheid, schraapt hij zijn speeksel tot een flinke rochel. Hij spat hem recht naar voren, midden op de foto. Dan draait hij zich om en, gevolgd door de andere drie, loopt hij terug naar de scooters.

Meijer bekijkt de foto. De klodder ligt precies op Abdullah’s gezicht en is wat naar onderen gelekt. Meijer legt de foto op de motorkap, reikt achter de pomp langs en trekt een doekje uit de houder. Met ronddraaiende bewegingen poetst hij de foto schoon. Dan loopt hij met het doekje richting de jongens. Hij negeert de prullenbak die naast hem staat.

Hij blijft rustig doorlopen, in een rechte lijn naar de vier. Bram ziet vanaf een afstand de onzekerheid van de jongens. Twee van hen gaan achter hun scooter staan. De andere twee kijken elkaar even aan en wisselen wat woorden.

Meijer stopt bij de achterste scooter. Hij heft zijn hand en poetst met het witte papieren doekje de handvaten. Daarna die van de voorste scooter. Alles even kalm en bezonnen. Ten slotte komt hij teruglopen en mikt het doekje in de afvalbak. “Ben zo terug”, zegt Meijer, als hij naar binnen stapt “Even betalen.”

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 september 2025

Daniel | 40 Pagina's

Eén ding weet ik

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 september 2025

Daniel | 40 Pagina's