Eén ding weet ik
Vader heeft een verrassing. Bram en hij gaan een dagje uit. Tijdens het uitje heeft Bram vragen over vroeger, over zijn moeder, over hun eerste ontmoeting. En vader heeft een vraag over Steven.
“Bram, heb je zin om morgenmiddag mee te gaan? Ik heb een uitje bedacht. Verrassing”, zegt zijn vader. ‘Na het weekeinde zit er een grote klus aan te komen op de A50. Een monsterklus, qua voorbereiding, dat zijn echt meters papier, jongen, zo’n planning. We gaan een traject van zo’n 47 kilometer asfalteren. En daarom heb ik zin in even totaal wat anders, dit weekeinde.’ Bram kijkt met een verbaasde glimlach naar zijn vader. Het is vrijdagavond nu. Hij heeft nog geen plannen voor morgen. Ze hebben net zitten chinezen. Oh, die gebakken noedels, plus rundvlees met perfecte saus erover. Hij kijkt naar zijn moeder. Die knikt hem vrolijk en aanmoedigend toe. Om eerlijk te zijn, is hij wel een beetje geroerd door de uitnodiging van zijn vader. Onmogelijk om nee te zeggen, uiteraard.
“Oké”, zegt hij. “Leuk, ben benieuwd. Museum? Of iets actiefs?”
“En ik dan?” zegt Anneloes.
“Wij bedenken ook wel iets”, reageert moeder vlug.
Ze zitten met z’n vieren in de kamer. Steven is na het eten naar boven gegaan, niet heel fit, weinig gegeten. “Effe op bed liggen”.
“Kunnen we met Steven?” vraagt Bram.
Zijn vader reageert niet meteen. Hij trommelt met zijn vingers op de stoelleuning. “Nou”, zegt hij. “Ik denk dat het goed is om samen te gaan. Ik maak me soms zorgen of jij je niet te zeer over je broer ontfermt. Ik bedoel, jij mag ook je eigen dingen hebben. Toch, Judith? Zo kijk ik ernaar, tenminste. Je moeder en ik hebben het daar weleens over.”
Zijn moeder fronst. “Dit klinkt niet helemaal koosjer, Arjen. Maar ik denk dat je wel snapt wat pa bedoelt, Bram? Jij bent niet alleen de broer van. Je bent ook Bram.”
Bram kijkt naar de voorkant van zijn Engelse pocket. Hij haalt zijn schouders op. “Het valt wel mee, hoor. Zo gek veel doe ik er toch niet voor?” Hij voelt zich ongemakkelijk bij dit gesprek. En de manier waarop Anneloes hem zit aan te gapen, bevalt hem ook niet best.
“Afgesproken dan”, beslist zijn vader. “Morgenmiddag, na de tosti. Ik zal rijden”, voegt hij er met een knipoog aan toe. “Binnenkort mag ik niet meer.”
De zaterdagmorgen gaat voorbij op de gebruikelijke manier. Anneloes probeert wat uit het boek met bakrecepten dat ze voor haar elfde verjaardag kreeg. Steven zet koffie en speelt complexe muziek op de piano. Moeder doet tussen elf en twaalf de boodschappen en komt thuis met twee kratten vol. Bram regelt de tosti met ham en kaas, en de barbecuesaus erop.
En zo is het al middag. “Geen hoogtevrees?” zegt zijn vader, als ze een paar minuten in de auto zitten.
“Ik word nieuwsgierig”, zegt Bram. “Ver rijden?”
“Vijfentwintig minuten.”
“Ik heb geen hoogtevrees, trouwens. Je schijnt twee soorten te hebben. De angst dat een constructie niet deugt, is nummer één. De tweede soort is puur de angst op het moment zelf, op die grote hoogte. Eigenlijk dus cognitief óf optisch.” Zijn vader schakelt soepel op naar de vierde versnelling. Ze rijden achter een wagen met aanhanger. “Aha, je bent aardig deskundig op dat gebied”, reageert hij. “Ik moet zeker inhalen, hier?”
“Mij prima”, zegt Bram. “Ik vind het meestal wel prettig rijden op de snelweg. Dit is de A67 toch?”
“Yes, in zuidelijke richting.”
“Gaan we naar België?”
“Nee, we gaan er zo dadelijk af”, zegt zijn vader. “Dat zegt Meijer toch altijd? Jaja, ik let nog wel een beetje op wat je vertelt.”
Na een paar minuten staan ze op de parkeerplaats van Outdoor park Reusel. En nog een tijdje later hebben ze allebei de klimuitrusting al aan.
“Hoe krijgt u het bedacht”, hijgt Bram, als ze na een uur op een platform tegen een boomstam staan te leunen. Ze hebben de op één na pittigste route geklommen. Zijn vader grijnst en attendeert hem op de natte plekken op zijn T-shirt. “Oké jongen, we gaan nu even een drankje doen, en daarna de zwarte baan pakken. Bruin was leuk, maar straks nog effe het echte werk.”
Bram veegt het zweet uit zijn ogen en volgt zijn vader de touwladder af.
“Flesje cola?”
“Doe maar, lekker. Als het maar koud is”, zegt Bram. “Ik zit daar.”
Hij loopt naar een onbezette picknicktafel en gaat zitten. Nooit geweten dat zijn pa zo sportief en vasthoudend was. Ze praten amper, maar dat is juist het fijne ervan. Verderop hoort hij het gerinkel van twee coladopjes. En daar komt z’n pa al aan.
“Hier jongen, ik doe eerst nog even een plasje.”
Bram drukt het flesje tegen zijn wang en wacht tot zijn vader terug is. “Proost”, zegt hij. Ze nemen gelijktijdig de eerste slok.
En ineens zitten ze alsnog een beetje ongemakkelijk te zwijgen. Een jongen en een meisje van een jaar of twintig staan te aarzelen bij de rode route. Het lijkt alsof ze hun eerste afspraakje hebben. In ieder geval zijn ze niet vertrouwd met elkaar.
“Hoe hebt u ma ook alweer leren kennen?” vraagt Bram.
“Asjeblieft!” zegt zijn vader. “Goeie. Jij durft.”
Bram giet een slokje cola in zijn mond en spoelt het heen en weer. De jongen klimt het trapje van de rode route op, maar het meisje blijft staan.
“Kijk”, zegt hij. “Zij volgt hem niet. Ma u wel.”
“Nou”, reageert zijn vader. “Ja, wie volgt wie. Soms is dat niet eens zo glashelder. Er waren nogal wat bezwaren bij ons. Je weet dat ik een paar jaar bij de Wegenwacht heb gewerkt? Bij onze eerste ontmoeting stonden we voor een geopende motorkap.”
Bram knipt met zijn vingers. “Ah ja, dat was het. U heeft haar auto niet aan de praat gekregen. Vervolgens reed ze met u mee en heeft u haar compleet thuis gebracht. Zo ging het ja.” Hij drinkt van zijn cola en veegt met de rug van zijn hand zijn mond af.
“Hé Bram”, zegt zijn vader ineens op een heel andere toon. “Even nog iets. Je weet dat ma vroeger opgevoed is bij de kerk. Of, hoe zeg je dat. Het waren gelovige mensen bij haar thuis. Heb jij het idee… ik bedoel, denk je dat Steven daar ook een beetje gevoelig voor zou kunnen zijn?”
Bram verslikt zich bijna in zijn cola. Maar meteen neemt hij nog een slok. “Sorry”, hoest hij. “Steven? Waarvoor gevoelig? Geen idee, nee joh, ik denk het niet hoor. Wat moet je er tegenwoordig nog mee. Het is allemaal zo… achterhaald. Mijn docent maatschappij maakt er grapjes over.”
Hij geeft een mep met zijn hand op de picknicktafel. “Zullen we weer? De zwarte route lokt.”
Hij draait zich om en probeert het knagende gevoel te negeren. Terwijl hij naar de start van de moeilijkste route loopt, kijkt hij over zijn schouder. Zijn vader zit nog op het bankje en staart hem verbaasd na, de handen op de knieën.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 juli 2025
Daniel | 36 Pagina's