JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

„Hij mag het toch ook?”

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

„Hij mag het toch ook?”

4 minuten leestijd

Ben je wel eens jaloers geweest op leeftijdgenoten? Op leeftijdgenoten die niet naar de kerk gaan? Die mogen toch eigenlijk alles. Ze mogen in ieder geval veel meer danjij. Ze mogen bijvoorbeeld naar de film, alleen of met een paar vrienden of vriendinnen op vakantie, roken, een lange broek dragen...

Het kan soms heerlijk lijken om zo vrij te zijn. En als je ook eens zo iets wilt, zegje erbij tegen je ouders als je het vraagt: „Hij (zij) mag het toch ook? ”

Dat moet dan een reden zijn, waarom jij het ook zou mogen. Terwijl je het zegt, voel je eigenlijk wel dat het geen gegronde reden is.

Je zult het als je eerlijk bent ook kunnen begrijpen, wanneer je ouders je uitleggen datje niet dezelfde dingen mag als ongelovige leeftijdgenoten. Het gaat er tenslotte niet om, of een ander iets mag, maar of het van de Heere mag.

Maar nu wordt het moeilijker. Wantje zult wel eens gemerkt hebben, dat iemand, die naast je in de kerk zit, die naast je zit op de catechisatie of op de klub, toch misschien wel aan dingen mee mag doen, die jij niet mag.

De een zit wel op judo, jij mag het misschien niet. De een mag wel stripboeken lezen, de ander niet. De een mag op zondag wel een spelletje doen, de ander niet.

Jij zou eigenlijk ook wel iets meer willen, en je zegt tegen je ouders: „Hij mag het toch ook? ”

Nu eerst een vraag aan jóu. Waarom zouden je ouders je iets verbieden? Om je goed te laten voelen, dat zij de baas zijn? Om je te plagen?

Dat denk je misschien wel eens zo. Toch vergis je je.

Je ouders vinden het soms net zo moeilijk om je iets te verbiéden, als jij, om dat te aanvaarden. Waarom verbieden ze je dan om dit te doen of dat te laten? Voor je bestwil! Ze zoeken het beste voor jou. Dat hebben je ouders beloofd toen ze je in de kerk brachten en je lieten dopen. Daar hebben ze beloofd, je op te voeden in de vreze van de Heere. Dat is moeilijk!

Dan moeten je ouders wel eens kiezen. , , Is dat nu wel goed voor onze dochter, is dit nu verkeerd voor onze zoon? " Zo kiezen ze voor het ene, en tegen het andere. En nu zijn er verschillen mogelijk.

In Paulus' dagen vond de een dat hij best vlees mocht eten, en de ander meende dat dat zonde was. Terwijl het allebei gelovigen waren! Zo zegt de ene vader: „Nee jongen, dat mag niet", en de andere vader: „Goed, dat mag je wel doen". En allebei zoeken ze het beste voor hun kind.

Maar als jij daar nu tegenin gaat mopperen: „Ja maar, hij mag het toch ook? ", dan wil je eigenlijk zeggen, dat je het maar oneerlijk vindt, dat je ouders zo streng zijn. En dat, terwijl ze ondanks hun gebreken, uit liefde voor jou iets verbieden.

Als je dat nu goed onthoudt, ben je dan nóg zo ontevreden? Heb je het dan nóg zo slecht getroffen?

Dan moet je dat maar tegen de Heere zeggen. Dat je het er niet mee eens bent dat de Heere jou die ouders gaf, van wie je „niets mag". Dat de Heere het eigenlijk verkeerd deed.

Voel je nu waar de fout zit? Niet bij de Heere, niet bij je ouders (al maken ze wel fouten), maar in ons eigen ontevreden hart. Wij willen altijd meer. Wij lopen het liefst op de grens van wat wel en wat niet mag. En dan zoveel mogelijk zien binnen te halen van wat over die grens ligt. We vinden onze ouders te streng als die ons daarvoor willen bewaren. „Hij mag het toch ook? " Dwaas nietwaar? Ja, zo dwaas zijn we. We maken ons druk om wat wel en wat niet mag en we vergeten het woord van de Heere Jezus: Gij bekommert en verontrust u over vele dingen, maar één ding is nodig.

Heb je door genade dat ene nodige al leren zoeken? Al mogen vinden? Daar gaat het om Dan wordt al dat andere zo onbelangrijk. En dat ene nodige zoeken, dat mag jij ook! Dat wil de Heere je leren. Uit genade!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 november 1984

Daniel | 32 Pagina's

„Hij mag het toch ook?”

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 november 1984

Daniel | 32 Pagina's