In Israël ingelijfd
Ruth 4: 13-22
Boaz is in de poort officieel aangesteld als de losser. Maar hoe is het gekomen dat Ruth in zijn losserswerk kon delen?
Ruth heeft bij Naomi thuis moeten wachten. Ze had Boaz’ belofte ontvangen. Maar ze kon zelf aan de vervulling daarvan niet bijdragen. Wat zal ze hebben uitgezien naar het vervolg. Daarvan hing het af of zij ook werkelijk in het volk Israël zou worden ingelijfd.
Boaz is type van Christus. Zoals Ruth afhankelijk was van hem, zo beleven ook Gods kinderen dat ze zonder Christus’ borgwerk niet kunnen bestaan. En Christus is een volkomen Zaligmaker. Al het mijne schiet te kort. Wat je ook van de Heere Jezus mocht leren kennen en genieten, dat kan de grond van de zaligheid niet zijn. God de Vader is alleen tevreden met het verzoenende werk van Zijn Zoon. Dát moet de grond worden. Zalig worden kan alleen als Zijn Borgwerk wordt toegepast, ook voor mij.
Alzo nam Boaz Ruth, en zij werd hem ter vrouw en hij ging tot haar in (vers 13). Het woordje ‘alzo’ ziet terug op de plechtige handeling in de poort. Het huwelijk dat Boaz sloot, had dus een wettige basis. Zo werd Ruth Boaz’ vrouw. Ze leerde hem kennen als haar man. Zo innig als de huwelijksband is, zo innig was hun liefde en vertrouwelijkheid. En daarmee was in één keer heel het lossingswerk bezegeld. Nu was ze geen ‘asielzoeker’ meer, maar wettig burger van Israël. Nu was zij verlost van schuld en deelde zij in Zijn bezitting.
Maar dan moeten we niet bij Boaz blijven staan. Hoor hoe de hemelse Bruidegom het Zijn schuldige bruid verklaart: En Ik zal u Mij ondertrouwen in eeuwigheid; ja, Ik zal u Mij ondertrouwen in gerechtigheid en in gericht, en in goedertierenheid en in barmhartigheden. En Ik zal u Mij ondertrouwen in geloof; en gij zult den HEERE kennen (Hos. 2:18-19). Wat een rijke weldaad als de Heere dit Zijn kinderen te geloven geeft. Hoe heerlijk om de Heere Jezus zo te mogen kennen als je Liefste, je Zielenvriend. Deze Jezus is de Borg. Die Hij zo aanneemt tot Zijn bruid, mag delen in Zijn rijkdom. Luther sprak van een ‘vrolijke ruil’. Jezus nam mijn zonden, en ik kreeg Zijn gerechtigheid. De vrede met God - dat is wat de Heilige Geest dan geeft in je hart.
Aan alles is te merken dat Ruth nu bij het Joodse volk behoorde. De HEERE gaf haar de kinderzegen. En in haar omgeving merkte ze grote vreugde. Die vreugde was er omdat Boaz zijn lossingswerk gedaan had (vers 14) maar ook omdat Ruth een kind heeft gebaard (vers 15). Opmerkelijk dat deze vreugde wordt uitgesproken tegen Naomi. Zij werd ook de voedster van het kind (vers 16 en 17). Blijkbaar gaat het niet om Ruth, maar om de lijn van de geslachten, die nu weer is geheeld. Ja, dat is wat de Heere doet, wat verbroken is door de zonde, herstelt Hij door Zijn genade. Hoe gelukkig ben je als dit je leven stempelt!
Wat daarmee Gods bedoeling is? Op een bijzondere manier komt dat naar voren in het kleine geslachtsregister waar het Bijbelboek mee besluit (vs. 18-22). Vergelijk het eens met het register uit Mattheüs 1. Het loopt uit op de Heere Jezus. Door Hem wordt Gods Koninkrijk nabij gebracht. In Hem zullen alle geslachten van de aarde gezegend worden. Daarvan is dit register tegelijk een voorbeeld. Want naast alle Joodse namen komen we naast Ruth ook de naam van Rachab tegen. Bij God is er om Jezus’ wil plaats voor buitenstaanders, dat is de kernboodschap van dit Bijbelboek. De Heere spoort ook jou aan: Ik heb lief, die Mij liefhebben; en die Mij vroeg zoeken, zullen Mij vinden. (…) Want die Mij vindt, vindt het leven, en trekt een welgevallen van den HEERE (Spr. 8:17 en 35).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 december 2017
Daniel | 32 Pagina's