De Heere was met David
Een jongen die de Heere liefheeft. Of beter: een jongen die door God geliefd werd. David, uitverkoren om koning van Israël te worden. David was een man naar Gods hart, maar ook een man met een leven vol zonden. Zonde en genade zijn de contrasten in Davids leven. Maar het geloof in de Heere overwint. Het leven van David is leerzaam, juist voor jongeren. Daarover gaat Daniël in gesprek met ds. J. van Laar uit Rijssen.
Samuël krijgt van God de opdracht om naar Bethlehem te gaan, want de Heere zei tot hem: Hoe lang draagt gij leed om Saul, dien Ik toch verworpen heb, dat hij geen koning zij over Israël? Vul uw hoorn met olie en ga heen; Ik zal u zenden tot Isaï de Bethlehmiet, want Ik heb Mij een koning onder zijn zonen uitgezien (1 Sam.16:1). “Onder de zonen van Isaï heeft de Heere een koning gezien. Het is David. In de Bijbel lees je dat God naar het hart van David kijkt: Want de mens ziet aan wat voor ogen is, maar de HEERE ziet het hart aan (vers 7). David is door de Heere uitverkoren om koning te worden. Er is vanuit David zelf niets waardoor hij in aanmerking komt voor de Heere, maar Hij ziet in het hart van David Zijn eigen werk terug.”
Gezegend en gelukkig
“David vreesde de Heere al vanaf dat hij heel jong was. Hij was een herder. Later zegt God tegen hem: Ik heb u genomen van de schaapskooi, van achter de schapen, dat gij een voorganger zoudt zijn over Mijn volk Israël (2 Sam.7:8). Daar, achter de schapen, leefde hij als een godvrezende jongen. Dit kwam ook naar voren toen David aan het hof van Saul kwam om op de harp te spelen. In 1 Samuël 16 vers 18 lees je dat er staat: en de HEERE is met hem. Ik las daarbij de kanttekening bij deze tekst en die zegt het heel mooi: hij is gezegend of gelukkig in al zijn voornemens (kanttekening 37).”
“De HEERE, de God van het verbond, is met hem. En dat bleek ook! Als hij Goliath verslaat is hij nog heel jong, maar door het geloof gaat hij de strijd aan. Zelfs zijn broers raden het af om met Goliath te gaan vechten, maar hij gaat. Niet in eigen kracht: Ik kom in de Naam van de HEERE der heirscharen, de God der slagorden Israëls, Dien gij gehoond hebt (1 Sam.17:45). Ook daar lees je iets heel moois in de kanttekening: ‘Dat is, door ingeving Gods, en hebbende Zijn Naam eerst aangeroepen; en verlaat mij op Zijn genadige hulp en bijstand, dewelke Hij degenen die op Hem vertrouwen, beloofd heeft.’ David ziet af van alle menselijke woorden, zelfs van zijn broer. Hij vertrouwt op de Naam van de Heere.”
David was de man naar Gods hart, dat had ook te maken met Saul, die door de Heere verworpen werd. “Zíjn hart was geen oprecht hart voor de Heere. Saul profeteerde zelfs, maar hij deed dat niet met zijn hart. David wel! Het komt echt aan op het hart, of jouw hart oprecht is voor de Heere. Net als het hart van David.” Voor jongeren, zo legt de dominee uit, ligt hier een belangrijke les: “Wat is het nodig om in je jonge jaren de tere vreze van de Heere te leren kennen. Dat is nodig, maar dat geeft ook zoveel houvast in alle wegen die je mág en móet gaan. Ook in moeilijke wegen. Dat vind ik heel belangrijk om te zeggen. Je ziet het bij David, je ziet het ook bij Jozef. Ze kijken niet naar mensen, maar zien op naar God.”
Omweg
Professor Bob Smalhout noemde David een ‘godvrezende struikrover’. Wat vindt de dominee van deze typering? Doet het recht aan wie David was. Godvrezend was hij zeker en je leest ook van rooftochten, plunderingen en gevechten tegen vijanden. “Een struikrover komt op voor zichzelf. David komt op voor de Heere. Steeds zoekt hij het aangezicht van de Heere. Bijvoorbeeld om te vragen of hij mag optrekken. Aan de andere kant was hij ook weleens een struikrover. Denk alleen maar aan de manier waarop hij Uría heeft laten doden. Toch past het woord struikrover niet goed bij David. Op godvrezende momenten heeft hij de wil van de Heere gedaan. Hij móest, toen hij koning was, ook de vijanden vernietigen. Zeker, er kleeft veel bloed aan de handen van David, maar dat was ook de opdracht.”
David is uiteindelijk koning geworden via een lange omweg, vol beproevingen. “David heeft gedacht door de hand van Saul om te komen. Maar hij moest leren dat hij alleen in de kracht van God koning kon worden. Dwars door alle dingen, maakt Hij Zijn woord waar. Later kon David daarom de Naam van de Heere aanprijzen.” De dominee wijst er in dit verband ook op dat David de mogelijkheid kreeg om Saul te doden, maar hij deed het niet. “Een struikrover zou de koning gedood hebben, maar David wilde Saul, de gezalfde des HEEREN, geen kwaad doen. Hij vertrouwde op God en wilde door Gods weg koning worden.”
Eerlijk beeld
De Bijbel geeft een eerlijk beeld van David. Hij was een godvrezende man, maar ook een zondaar die heel diep in de zonde kon vallen. “In de Bijbel zien we wie David zelf is én wie David is als gelovige. Hij verkeert, om het zo te zeggen, op de toppen van het geloof, maar ook in de kolken van het ongeloof. Beide worden in de Bijbel beschreven. Dat is waarschuwend, bemoedigend en troostvol. Het laat je zien dat er voor de grootste van de zondaren genade mogelijk is. Want wij zouden David nooit uitgekozen hebben, maar de Heere wel. Hij lag onder het zegel van Gods genadige verkiezing.”
De dominee wijst nog op twee belangrijke punten als het gaat om Davids zonden. “Uit zichzelf komt David er nooit op terug. Eerst moet de zonde duidelijk aangewezen worden door Gods Woord en Geest. Heel duidelijk zie je dat als Nathan de profeet bij David komt. Dat geldt nu ook nog. Zo werkt de Heere nog, door Woord en Geest.” Het tweede is dat kinderen van God een oude en een nieuwe mens, zoals Paulus het zegt, hebben. “De oude mens blijf geneigd tot alle kwaad. Als het geloof niet levend is, is Gods kind tot alles toe in staat.” De dominee spreekt liever niet over ongeloof, maar over zwak geloof. “Want”, zo zegt hij, “waar God begint, zal Hij niet meer weggaan. Het geloof vertrouwt op God, maar het zwak geloof gaat redeneren. Dit contrast komt steeds terug in het leven van David.”
Psalmen
Het hart van David wordt in de Psalmen het meest opengelegd. Ook daar zie je - vaak in een psalm - het contrast tussen het zwakke geloof en het vaste vertrouwen op God. “De Psalmen worden wel de geestelijke apotheek genoemd. Voor iedereen liggen levenslessen in de Psalmen. Voor iedere tijd is er een woord. Als het donker is, maar ook als er blijdschap in God is, door het geloof”. Dominee Van Laar geeft zelf ook aan dat Psalm 25 zo belangrijk voor hem is. “Vaak heeft de Heere door deze Psalm gesproken. Vooral dit: ‘D’ ogen houdt mijn stil gemoed opwaarts, om op God te letten; Hij, Die trouw is.’ Toen ik intrede deed, heb ik gepreekt over vers 4 en 5. Daar staat: U verwacht ik den gansen dag. Dit geldt voor een dominee, maar ook voor jongeren. Als je als jongere alles van Hem verwacht, kun je de dag door en je werk doen. Dit lag op de bodem van Davids hart.”
Christus
Als Paulus in Antiochië in de synagoge tot de Joden spreekt, brengt hij David ter sprake. En zegt hij dat God uit het nageslacht van David Israël naar de belofte, de Zaligmaker Jezus verwekt heeft (Hand.13:23). Er loopt een lijn van het Oude naar het Nieuwe Testament, van David naar de Zoon van David, Christus. “David is een type van Christus. Wat voor David ten dele waar was, werd, was voor de Heere Jezus een diepe waarheid. Ik denk aan Psalm 142 waar David zegt dat niemand zorgde voor zijn ziel. Voor David was dat toen de beleving, maar toch was God er nog. Voor Christus werd dit echt waar in Zijn lijden.”
Het koningschap van David wijst heen naar Christus. “Als Davids koningschap ten einde loopt, komt Christus daar uit voort. En in de gang van Christus zie je hetzelfde. Zijn leven eindigt in de dood aan het kruis, maar daar komt het leven, door de opstanding van de Levensvorst, uit voort. David gaat in ootmoed de strijd tegen Goliath aan, alleen. Christus gaat ook alleen de strijd aan. Als een ootmoedige Koning is Hij Zijn weggegaan, om Overwinnaar te zijn. Hij heeft de dood overwonnen. Iets van dat beeld, zie je bij David. En wat zoveel eeuwen voor de komst van Christus aan David was beloofd, is waar geworden. Gods Woord is waarheid. Daarom mag jij ook aan de Heere vragen of Hij jou wil leren wat Hij David leerde, zodat het ook waar wordt in jouw leven, door Christus.”
“David kwam uit een zondig geslacht, maar uit dat geslacht werd de Zaligmaker geboren. Voor Davids geboorte was er zonde, in zijn leven was er zonde en na hem was er zonde. Maar de Heere gaat hier dwars doorheen. Dat is het wonder van Zijn welbehagen. Hij volvoert Zijn raad. Daarom is er verwachting. Wanhoop nooit aan de trouw van God. Als jij jezelf mag leren kennen, dan gaat ook de trouw van de meerdere David voor je schitteren.”
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 juli 2017
Daniel | 32 Pagina's